Actueel juridisch nieuws

Rechter is meer dan knopendoorhakker bij (v)echtscheidingen

wo, 06/08/2016 - 16:27

De rechter is niet alleen de ‘knopendoorhakker’ als mensen er samen niet uitkomen bij een scheiding. Juist in de tijd voordat de boel dreigt te ontsporen kan de rechter het verschil maken. Door het hele land experimenteert de Rechtspraak daarom met manieren om echtscheidingen beter te laten verlopen. Dit zal de Rechtspraak donderdagochtend 9 juni tijdens een zogenoemd ‘rondetafelgesprek’ toelichten aan Tweede Kamerleden.

Rondetafelgesprek

Tijdens een rondetafelgesprek worden Kamerleden door experts bijgepraat. Aanleiding voor dit gesprek is het recent verschenen rapport ‘Verkenningen naar de kindvriendelijke advocatuur’ van de Kinderombudsman, waarin de rol van advocaten bij scheidingen wordt besproken. Namens de Rechtspraak schuiven 2 rechters aan: Deirde Klijn, naast rechter ook voorzitter van de werkgroep vechtscheidingen, en Johan Visser, teamvoorzitter Familie bij de rechtbank Den Haag en lid van het Landelijk Overleg Vakinhoud Familie (LOVF).

Schotten

Mensen die scheiden komen in aanraking met verschillende instanties, waarvan de rechter er 1 is. Tussen die instanties staan allerlei schotten terwijl voor de betrokkenen sprake is van 1 proces: het uit elkaar gaan. Ze hebben geen boodschap aan de muren die bestaan tussen organisaties. De Rechtspraak vindt het tijd voor een rechter die de regie kan nemen en mensen begeleidt bij een uiterst gevoelig proces. Iemand die actief kan afstemmen met partijen als advocaten, gemeenten, het Openbaar Ministerie en de Raad voor de Kinderbescherming. Ook moet de rechter mensen naar de juiste hulpverlener kunnen verwijzen als escalatie dreigt.

Kind centraal

Het zijn voorbeelden die al in praktijk worden gebracht, in tijd waarin steeds vaker echtscheidingen uitdraaien op vechtscheidingen. Zo wordt bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant gewerkt met een ‘bijzondere curator’ als er kinderen bij een scheiding betrokken zijn. Hij geeft het kind een stem in de procedure, adviseert de rechter als het kind in de knel zit en probeert ouders ervan te overtuigen hulp te accepteren. De rechtbank Noord-Nederland heeft afspraken gemaakt met hulpverleningsinstanties en gemeenten. Met dit soort experimenten wil de Rechtspraak kijken welke aanpak in de praktijk het beste werkt.

Professionele standaarden

Een belangrijke ontwikkeling zijn de ‘professionele standaarden’ voor familie- en jeugdrechtspraak die onlangs zijn vastgelegd. Hierin staat wat nodig is voor goede rechtspraak op dit gebied. Zo is het bijvoorbeeld belangrijk dat 1 gezin ook met 1 rechter te maken krijgt, en dat wordt voorkomen dat er tussentijds wordt gewisseld. Ook moet de rechter een strakke regie voeren. Als een kind betrokken is bij de scheiding, staat het altijd centraal.

Verantwoordelijkheid

De Rechtspraak wil mensen helpen om bij scheidingen tot oplossingen te komen, ook buiten de rechter om, om zo te voorkomen dat echtscheidingen escaleren. Dit omdat de Rechtspraak het als haar verantwoordelijkheid ziet antwoorden te zoeken voor deze maatschappelijke problematiek. Naar verwachting wordt in augustus een onderzoek afgerond waarbij dieper op deze materie in wordt gegaan.

Het rondetafelgesprek start donderdagochtend 9 juni om 10 uur en is live te volgen op de website van de Tweede Kamer.

Categorieën: Nieuws

‘Grondwettelijke toetsing wetten nog onvoldoende op netvlies Kamerleden’

vr, 06/03/2016 - 09:08
Kamercommissie zou wetten moeten toetsen aan grondwet

De Tweede Kamer is gebaat bij een Kamercommissie die wetsvoorstellen toetst op hun grondwettelijkheid. Tot die conclusie kwamen de deelnemers aan het symposium over constitutionele toetsing, dat de Tweede Kamer gisteren (donderdag 2 juni) organiseerde op het Binnenhof. Doel van de bijeenkomst was te bezien hoe het parlement zijn rol en taak bij de constitutionele toetsing van wetsvoorstellen zou kunnen versterken. In Nederland behoort het toetsingsrecht toe aan de wetgever en niet aan de rechter. Die mag, in tegenstelling tot de rechter in vrijwel alle buitenlandse rechtsstaten, niet treden ‘in de beoordeling van de grondwettigheid van wetten en verdragen’ (artikel 120 van de Grondwet). De Rechtspraak pleit al geruime tijd voor opheffing van dit verbod (Zie ook: 'Laat rechter wetten toetsen aan Grondwet').

Een Kamercommissie voor constitutionele zaken zou er volgens staatsrecht- en Grondwetwoordvoerder van de VVD in de Tweede Kamer Joost Taverne voor kunnen zorgen dat ‘inzichtelijk en zichtbaar wordt dat wetten in Nederland door de wetgever op hun grondwettelijkheid worden getoetst.’ Volgens Taverne staat ‘grondwettelijke toetsing van wetten nu nog onvoldoende op het netvlies van Kamerleden.’

Over het voetlicht

Ook SGP-fractievoorzitter in de Tweede Kamer Kees van der Staaij toonde zich tijdens het symposium groot voorstander van de oprichting van een Kamercommissie voor constitutionele zaken, al was het maar om Kamerleden bewust te maken van de waarde van de Grondwet. ‘In de tijd dat we de Grondwet uitdelen aan asielzoekers in het Arabisch, zouden we eraan kunnen denken om die Grondwet in de Tweede Kamer wat meer over het voetlicht te brengen.’ Volgens Van der Staaij is de toetsing van wetsvoorstellen door de Kamer aan de Grondwet nu ‘te willekeurig en te politiek’.

Duidelijker

Ook VVD-Kamerlid Taverne meent dat toetsing van wetten aan grondrechten door de Kamer ‘nu soms onvoldoende, maar vooral vaak te onzichtbaar is, waardoor het misverstand bij de rechterlijke macht lijkt te bestaan dat in Nederland wetten niet worden getoetst aan de Grondwet en de internationale mensenrechtenverdragen.’ De indruk dat de Tweede Kamer de grondwetten niet serieus neemt, kan volgens Taverne problematisch worden ‘als verschillende staatsmachten uit balans dreigen te raken.’ Joost Taverne: ‘Het is goed voor het evenwicht als de wetgever, die belast is met het toetsen van wetten aan de Grondwet, dat duidelijker, inzichtelijker en transparanter doet. Zo’n duidelijk oordeel kan rechters helpen om hun taak nog beter invulling te geven.’

Systematisch

Deelnemers aan de paneldiscussie, die volgde op 4 inleidingen door wetenschappers over constitutionele toetsing, waren van mening dat een commissie voor constitutionele zaken niet als een ‘noodrem’ moet fungeren, maar grondwettelijk besef in de Tweede Kamer dient te ‘socialiseren’, aldus de Leidse hoogleraar staats- en bestuursrecht Wim Voermans. De constitutionele toetsing moet wel procedureel worden geregeld. ‘Want zonder procedure gebeurt het niet systematisch’, aldus VVD-Kamerlid Taverne. De commissie constitutionele zaken zou volgens hem op verzoek van een andere Kamercommissie als volgcommissie onderzoek kunnen doen naar de grondwettelijke aspecten van een wetsvoorstel. De Tweede Kamer zou reeds in de nieuwe parlementsperiode kunnen experimenteren met de commissie voor constitutionele zaken, meent Taverne.

Los van partijpolitiek

De nieuwe commissie hoeft zeker niet ‘gepolitiseerd’ te zijn, aldus SGP-fractievoorzitter Van der Staaij. ‘De Kamer heeft goede ervaringen met enquêtecommissies en andere onderzoekscommissies waar gevoelige onderwerpen op tafel liggen. Als je met elkaar in die rol wordt gezet, dan word je uitgedaagd om los van de partijpolitiek te komen.’ De Kamercommissie voor constitutionele zaken zou volgens hem externe staatsrechtdeskundigen kunnen raadplegen, maar de Kamerleden moeten zich wel bewust blijven van hun verantwoordelijkheid. ‘Het moet niet zo worden dat de deskundigen het wel zullen vertellen, en dat de Tweede Kamer zich daarachter verschuilt. Laten we daarom beginnen met een bescheiden experiment, en niet door voor finale rechter te spelen, maar door een toetsingskader te ontwikkelen en wat geboden is, ook in de voorfase, te bespreken.’

Expertise

VVD-Kamerlid Joost Taverne sloot zich daarbij aan. ‘Het uitgangspunt zou moeten zijn dat deze commissie wordt bemensd door Kamerleden, zoals het geval is bij alle andere commissies, maar je kunt ook denken aan goede ambtelijke ondersteuning, wetenschappers en expertise uit de rechterlijke macht.’

Deelnemers aan het symposium noemden frequent de Raad van State als externe adviseur. Gespreksleider van het symposium universiteitshoogleraar in Utrecht en voorzitter van de Kiesraad Henk Kummeling, sloot af door 2 juni 2016 te bestempelen als de dag waarop ‘iets belangrijks is gebeurd.’

Categorieën: Nieuws

Zoektocht naar de juiste straf

do, 06/02/2016 - 09:59

Om effectief te kunnen straffen, hebben rechters behoefte aan meer informatie over het resultaat van de straffen en maatregelen die zij opleggen. Daders, slachtoffers en samenleving zijn hierbij gebaat. Er is echter nog veel onbekend. Wél duidelijk is dat de pakkans vele malen belangrijker is voor het terugdringen van criminaliteit en misdaad dan de hoogte van een straf.

Dat bleek tijdens de masterclass ‘De effectiviteit van straffen en maatregelen’, georganiseerd door SSR, het opleidingscentrum van de Rechtspraak. Rechters en officieren van justitie houden hun vakkennis op peil met dergelijke masterclasses. 

VeelplegersHoewel veel onderzoek is gedaan naar het effect van straffen en maatregelen, is veel meer nog onbekend. Die conclusie trokken verschillende wetenschappers in hun voordrachten over met name de ‘kale’ gevangenisstraf, TBS en de ISD-maatregel voor zogenoemde ‘veelplegers’: mensen die herhaaldelijk voor de rechter staan en veel overlast veroorzaken. Sinds 2004 kan de rechter veelplegers maximaal 2 jaar onderbrengen in een speciale inrichting, waar zij worden begeleid om te stoppen met criminele activiteiten. EffectHet effect van een straf of maatregel op het verdere gedrag van veroordeelden is moeilijk hard te maken. De beste wetenschappelijke methode is vergelijkbare mensen willekeurig te verdelen over verschillende groepen. Als die vervolgens verschillend worden behandeld, kan na verloop van tijd worden gekeken welk effect dit had. Een rechter kan echter moeilijk voor wetenschappelijke doeleinden iemand TBS geven, als eigenlijk een ISD-maatregel op zijn plaats is.

Recidive

Het strafrecht moet het daarom doen met recidivecijfers als graadmeter voor de effectiviteit van straffen. Hoe vaak plegen mensen na gevangenisstraf, TBS of ISD opnieuw een misdrijf? Het voorkomen daarvan is een belangrijk strafdoel.
Er zijn veel recidivecijfers, maar het probleem bij de beoordeling daarvan is dat mensen die een gevangenisstraf hebben gehad, niet zomaar te vergelijken zijn met TBS’ers of veelplegers na een ISD-maatregel. Bovendien spelen ook veel andere factoren een rol bij de vraag of iemand al dan niet opnieuw in de fout gaat: intelligentie bijvoorbeeld, maar ook eventuele schulden, persoonlijke omstandigheden en achtergrond.
Duidelijk is wel dat criminelen opsluiten en hen intensief begeleiden resultaten oplevert, hoewel de recidivecijfers ook dan hoog blijven. Duidelijk is ook dat hoe intensiever de begeleiding is, des te duurder. Uiteindelijk is het een politieke keuze hoeveel geld hieraan kan worden besteed.

Economen doen wel onderzoek naar de ‘economische doelmatigheid’ van straffen en maatregelen (hoeveel wordt er geïnvesteerd en wat levert het de maatschappij op?). De resultaten hiervan laten echter nog veel vragen open.

Andere doelen

Tijdens de masterclass kwamen ook andere doelen van straffen aan de orde, zoals vergelding, genoegdoening voor het slachtoffer, beveiliging van de maatschappij en het algemene afschrikkingseffect: als mensen zien dat crimineel gedrag wordt bestraft, dan zullen zij zich wel bedenken ook het verkeerde pad op te gaan.

Pakkans

Om het effect van een straf of maatregel ten slotte enigszins te relativeren: voor de misdaadcijfers is de pakkans veel belangrijker dan de hoogte van de straf. Een potentiële crimineel zal eerder van misdrijven afzien als hij inschat dat hij waarschijnlijk gepakt zal worden, dan wanneer er een hoge straf op staat.

Categorieën: Nieuws

‘Laat rechter wetten toetsen aan de Grondwet’

wo, 06/01/2016 - 16:23

Als de Nederlandse rechter wetten aan de Grondwet mag toetsen, wordt de Grondwet een levend document. Ook kunnen de rechten van burgers dan beter worden beschermd.

Dit zegt Frits Bakker, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak. Aanleiding is het symposium dat de Tweede Kamer donderdag 2 juni organiseert over de rol van het parlement bij toetsing van wetsvoorstellen. Onderzocht wordt ‘de wenselijkheid en mogelijkheden van versterking van de rol van het parlement bij toetsing van wetsvoorstellen aan de Grondwet en verdragen’.

Nederland uitzondering

In de meeste landen mogen rechters beoordelen of wetten die het parlement aanneemt, in strijd zijn met de Grondwet. In de Grondwet staan fundamentele mensenrechten, bijvoorbeeld de vrijheid van godsdienst, - vergadering en - meningsuiting en het recht op gelijke behandeling. Als een wet in strijd is met een grondrecht, kan die wet in die landen buiten werking worden gesteld. Nederland is een van de weinige rechtsstaten waarin dit niet kan. Nederlandse rechters mogen wetten alleen toetsen aan internationale verdragen, zoals het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De gedachte hierachter is dat het parlement in het wetgevingsproces waarborgt dat mensenrechten in Nederlandse wetten worden gerespecteerd.

Omweg

‘De Nederlandse rechter kan dus alleen via een omweg bepalen of de rechten van burgers wel voldoende worden gerespecteerd’, zegt Frits Bakker. ‘De Rechtspraak pleit er al langer voor om het verbod om wetten te toetsen aan de Grondwet op te heffen. De rechter kan de overheid nu alleen corrigeren door haar te houden aan internationale verdragen waar de handtekening van Nederland onder staat. In die verdragen staan dezelfde grondrechten als in de Grondwet. Een garantie dat de betreffende wet dan ook wordt ingetrokken of aangepast, is er niet.’
Het wél mogelijk maken van directe toetsing van wetten aan de Grondwet, voorkomt dat door wetgeving rechten en zeggenschap van burgers sluipenderwijs worden aangetast, zegt Bakker. ‘Directe toetsing biedt een tegenwicht aan de waan van de dag en haast waaraan de politiek en de markt onderhevig zijn.’

Kloppend hart

Een belangrijke bijkomstigheid is volgens Bakker dat als rechters wetten mogen toetsen aan de Grondwet, dit een voor de Nederlandse bevolking veel meer levend document wordt. Er kunnen dan immers rechtstreeks rechten aan worden ontleend. Bakker: ‘De Grondwet moet zijn wat die in veel landen is: het kloppend hart van de democratie.’

Categorieën: Nieuws

Rechtspraak houdt vast aan neutraliteit kleding rechter en griffier

di, 05/31/2016 - 13:11

Het College voor de Rechten van de Mens is van oordeel dat de rechtbank Rotterdam ongeoorloofd onderscheid heeft gemaakt door een sollicitante voor de functie van buitengriffier af te wijzen vanwege haar hoofddoek. De rechtbank wilde de vrouw niet inzetten als buitengriffier omdat zij in de rechtszaal zou optreden en haar hoofddoek daarbij niet af wilde doen. Binnen de rechterlijke organisatie geldt de afspraak dat rechters en griffiers in de rechtszaal en tijdens de behandeling van rechtszaken op geen enkele wijze door hun kleding blijk geven van hun levensovertuiging.

Sollicitatie

De Rotterdamse rechtbank had de vrouw graag ingezet als buitengriffier (iemand die op oproepbasis griffierswerk doet). Dat ging uiteindelijk niet door toen de sollicitatiecommissie vroeg of zij, in lijn met het togabesluit en de landelijke afspraken, bereid was haar hoofddoek af te doen voor zittingen. Dat wilde de vrouw niet. Ze diende over haar afwijzing een klacht in bij het College voor de Rechten van de Mens, om te laten beoordelen of de rechtbank in strijd met de wetgeving over gelijke behandeling heeft gehandeld. Onderscheid maken op grond van godsdienst is namelijk verboden, tenzij een wettelijke uitzondering van toepassing is.

Levensovertuiging

Rechters en griffiers dragen ter zitting een toga. Dat heeft de wetgever bepaald, die daartoe ook een wettelijke regeling heeft vastgesteld. De toga symboliseert de onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de rechtspraak. Daaraan ontleent de rechtspraak mede het vertrouwen van de burger dat de achtergrond of persoonlijke opvattingen van de rechter geen rol spelen bij de beoordeling van de zaak. Het dragen van de toga geldt voor de rechter én de griffier, omdat zij beiden achter de tafel van de rechter plaatsnemen en niet zonder elkaar kunnen functioneren.

Strikt naleven

De gerechtsbesturen en de Raad voor de rechtspraak hebben afgesproken dat het togabesluit strikt wordt nageleefd en dat rechters en griffiers de toga niet combineren met tekenen waaruit hun levensovertuiging of andere levensopvatting blijkt, zoals een keppeltje, een hoofddoek of een kruisje. Of het gaat om een religieuze of andere overtuiging doet daarbij niet ter zake. Die afspraak geldt ook bij zittingen buiten de rechtszaal, bijvoorbeeld als de rechter en de griffier ter plaatse een situatie willen beoordelen. Dan dragen zij geen toga, maar zorgen zij er wel voor dat hun neutraliteit uit hun kleding blijkt.

Visie van de rechtspraak

De Rechtspraak beschermt de burger (ook) tegen discriminatie en betreurt dan ook dat het naleven van de wettelijke kledingvoorschriften en het strikt naleven van de onpartijdigheid door het College toch als ongeoorloofd onderscheid wordt beschouwd. Het College erkent weliswaar het belang van de onpartijdigheid van de Rechtspraak, maar meent dat het voor het vertrouwen van de burger in de onpartijdigheid van de rechter niet nodig is dat ook de griffier zich onthoudt van het dragen van tekenen van de religieuze overtuiging. Die opvatting deelt de Rechtspraak niet. Het werk van de griffier is zeer sterk verweven met dat van de rechter. De wetgever heeft terecht bij het togabesluit geen onderscheid gemaakt tussen rechter en griffier. Aan de volstrekte neutraliteit van rechtspraak kan geen concessie worden gedaan.

Geen uitsluiting

De stelling van het College dat door het kledingvoorschrift bevolkingsgroepen op voorhand worden uitgesloten van werken bij de Rechtspraak, wordt door de Rechtspraak niet herkend. Er werken binnen de Rechtspraak rechters en griffiers van alle religieuze gezindten en met allerlei verschillende levensovertuigingen en opvattingen. Zij hebben gemeen dat zij ter zitting door de neutrale toga laten blijken dat die opvattingen voor hun werk niet relevant zijn.

Categorieën: Nieuws

‘Rechten verdachten onder druk bij straffen zonder rechter’

di, 05/31/2016 - 09:47

De rechten van verdachten kunnen onder druk komen te staan als strafzaken buiten de rechter om worden afgehandeld. Dit blijkt uit onderzoek van universitair docent Koen Vriend, die vandaag promoveert aan de Universiteit van Amsterdam.

Rechter toetst

De officier van justitie heeft een belangrijke rol in het beschermen van rechten van de verdachte, als de gang naar de rechter wordt vermeden, vindt Vriend. Een officier kan bijvoorbeeld een strafbeschikking voorstellen, waarmee een rechtszaak wordt voorkomen. Vriend zou het een goede zaak vinden als rechters zo’n strafbeschikking mogen beoordelen als de verdachte deze afwijst. Zo kan worden beoordeeld of alles correct is verlopen. Ook moeten hoge of bijzondere transacties (geldbedragen die worden betaald om vervolging te voorkomen) voortaan door de rechter worden getoetst, vindt Vriend.

Ideale wereld

In zijn proefschrift Avoiding a Full Criminal Trial: Fair Trial Rights, Diversions and Shortcuts in Dutch and International Criminal Proceedings omschrijft Vriend de ideale wereld waarin elke strafzaak van begin tot eind wordt doorlopen. Iemand wordt ergens van beschuldigd; bewijs wordt op tafel gelegd;  de verdachte en zijn advocaat krijgen de kans zich hier tegen te verdedigen; de rechter onderzoekt de zaak en komt met een onderbouwd oordeel. Maar deze ideale wereld is niet realistisch, stelt Vriend. De hoeveelheid stafzaken is hiervoor simpelweg te groot. Daarom worden manieren gezocht om zaken buiten de rechter om af te handelen (vermijdingsmechanismen) of te versimpelen (vereenvoudigingsmechanismen). Een voorbeeld is de nieuwe ZSM-afhandeling, waarbij simpele zaken zonder tussenkomst van de rechter door het OM worden afgehandeld met een strafbeschikking (zie: 'ZSM alleen bij eenvoudige wetsovertredingen').

Eerlijk proces

Vriend benadrukt dat ook als het strafproces niet (volledig) wordt doorlopen, de verdachte eerlijk moet worden behandeld. Zo moet hij  goed op de hoogte zijn van wat het vermijden van een rechtsgang betekent. Eerder heeft de procureur-generaal van de Hoge Raad gezegd dat de wettelijke regeling van de strafbeschikking in de praktijk in een aantal gevallen onvoldoende wordt nageleefd. Zie ook: Rapport PG: strafbeschikkingen moeten beter

Categorieën: Nieuws

Geen duidelijkheid in Voorjaarsnota over extra geld Rechtspraak

ma, 05/30/2016 - 16:13

De vrijdag verschenen Voorjaarsnota schept geen helderheid over hoe het kabinet extra middelen vrijmaakt voor de Rechtspraak. Hierdoor blijft er langer onduidelijkheid over de financiën. Dat concludeert Frits Bakker, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak.

Naar de Voorjaarsnota werd reikhalzend uitgekeken. Eind vorig jaar nam de Tweede Kamer de motie-Oskam aan, nadat er veel te doen was over het Meerjarenplan. In dit MJP trachtte de Rechtspraak voor een deel invulling te geven aan opgelegde bezuinigingen. In deze motie, die door een ruime meerderheid in de Tweede Kamer werd aangenomen, werd de minister opgeroepen in de Voorjaarsnota voldoende middelen beschikbaar te stellen om de rechtbanken in Almelo, Assen, Lelystad, Alkmaar, Zutphen, Maastricht en Dordrecht volwaardig open te houden, ‘zonder leegstand te financieren’.

Spijtig

Bakker noemt het ‘spijtig’ dat het kabinet de Voorjaarsnota niet heeft aangegrepen om helderheid te scheppen. Eerder heeft het PRO, het overleg van de Raad voor de rechtspraak en de presidenten, al besloten de zaakspakketten in de genoemde 7 locaties in stand te laten. Het financiële gat dat dit slaat, is meegenomen in de besprekingen die nu plaatsvinden over het budget in de periode 2017-2019 met de minister van Veiligheid en Justitie. In februari deed de Rechtspraak een voorstel. Het ministerie heeft hier nog niet op gereageerd.  


 

Categorieën: Nieuws

Bij digitale rechtspraak hoort ander soort rechter

do, 05/26/2016 - 09:59

‘Om de grote tevredenheid van Nederlanders over rechtspraak te kunnen handhaven, moeten rechters zichzelf als het ware opnieuw uitvinden. Begrijpelijkheid en toegankelijkheid zijn hierbij sleutelwoorden.’

Dit zei Tanja Dompeling, nauw betrokken bij het moderniserings- en digitaliseringsprogramma Kwaliteit en Innovatie (KEI) van de Rechtspraak, dinsdag tijdens het congres Online Dispute Resolution (ODR). Circa 150 deskundigen van over de hele wereld kwamen 23 en 24 mei bijeen in het Vredespaleis in Den Haag. Doel van de conferentie, die alweer voor de 15e keer werd georganiseerd, is van elkaar te leren over hoe digitale systemen kunnen bijdragen aan het oplossen van geschillen in de samenleving.

Meer regie

Dompeling vertelde haar overwegend buitenlandse gehoor over de manier waarop de Rechtspraak het moderniseringsprogramma aanpakt. Zij voorziet een grote verandering in de rol van de rechter. Die kan straks, mede door de digitalisering, in rechtszaken veel meer regie voeren over het hele proces. Ook de nieuwe wetgeving, die digitaal procederen van een wettelijke basis voorziet, biedt de rechter meer mogelijkheden hiertoe. Zo biedt de nieuwe basisprocedure ruimte om efficiënter te procederen en is het mogelijk maatwerk toe te passen.

Sneller, begrijpelijker, toegankelijker

Volgens Dompeling moet de Rechtspraak het digitale tijdperk vooral aangrijpen om rechtspraak behalve sneller, ook begrijpelijker en toegankelijker te maken – een belangrijke doelstelling van KEI. Straks kan iedereen thuis vanachter de computer een rechtszaak starten en volgen. ‘Dat schept ook verwachtingen waar we ons als rechters rekenschap van moeten geven’, aldus Dompeling. ‘Om onze belangrijke rol in de maatschappij te kunnen blijven spelen, is het zaak na te denken over onze rol en verantwoordelijkheid.’ Zij lichtte haar gehoor toe dat er in Nederland bewust is gekozen voor een stapsgewijze invoering van digitale procedures. ‘Eerst moet een systeem zich hebben bewezen, voordat we opschalen. Dit is gezien de voorloperrol die Nederland heeft ten opzichte van veel buitenlanden, ook logisch.’ Volgens Dompeling is het digitaliseren van papieren procedures slechts een eerste stap. ‘Op termijn zal ons werk door technische en maatschappelijke ontwikkelingen nog veel meer veranderen.’

Categorieën: Nieuws

Miljoenen uitspraken uit Europese landen nu online doorzoekbaar

wo, 05/25/2016 - 15:24
Europese jurisprudentie ontsloten

Het is sinds kort mogelijk om online te zoeken in ruim 4 miljoen nationale en Europese uitspraken die voorzien zijn van een European Case Law Identifier (ECLI).

Door deze nieuwe zoekmachine wordt rechtspraak over de grenzen heen een stuk toegankelijker. Dat is belangrijk want Europese wetgeving wordt steeds belangrijker en werkt steeds meer door op nationaal niveau; kennis van de jurisprudentie uit andere landen is daarom onmisbaar.

ECLI

9 lidstaten van de Europese Unie (waaronder Nederland) hebben ECLI-nummers al ingevoerd, 9 andere EU-landen zijn ermee bezig. Ook het Europees Hof van Justitie, het Europees Patentbureau, het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de Europese databank JuriFast kennen deze nummers aan hun uitspraken toe.

De ECLI is een Europese standaard voor het nummeren van rechterlijke uitspraken. Elke uitspraak heeft een uniek nummer. Deze standaard is eind 2010 vastgesteld door de Raad van Ministers van de Europese Unie. De ECLI is voor Nederland de opvolger van het Landelijk Jurisprudentie Nummer (LJN), zie ook: Meer informatie over ECLI en LJN.

Zoekmachine

De ECLI-zoekmachine is ontwikkeld door de Europese Commissie. Daarnaast werken 16 organisaties uit 10 landen samen in het project ‘Building on the European Case Law Identifier (BO-ECLI). De doelstelling is om – voortbouwend op ECLI – rechtspraak over de grenzen heen toegankelijker te maken.

Marc van Opijnen, namens Nederland betrokken bij het project, zegt dat de nieuwe zoekmachine een belangrijke stap voorwaarts is. ‘Maar er is nog veel voor verbetering vatbaar. Meer landen en gerechten kunnen een ECLI aan hun uitspraken toevoegen en hun databanken aansluiten op de zoekmachine. En de doorzoekbaarheid kan nog aanzienlijk worden verbeterd door slimme software toe te passen. Een project van deze omvang en complexiteit vereist een lange adem.’

De zoekmachine kan worden geraadpleegd via het Europese e-Justice portaal. Op deze pagina staat ook uitleg.

Categorieën: Nieuws

Netwerkstoring Rechtspraak voorbij

di, 05/24/2016 - 07:17

De storing in de netwerksystemen van de Rechtspraak is voorbij. De digitale systemen en registers zijn weer beschikbaar. Rechtszittingen kunnen gewoon doorgaan.

Door de storing was een groot deel van de digitale systemen maandag 23 mei niet te bereiken. De oorzaak voor de storing werd in de loop van de dag gevonden. Een van de centrale netwerkcomponenten weigerde dienst.

Deze storing had moeten worden opgevangen door het reservesysteem. De Rechtspraak onderzoekt waarom deze achtervang niet goed functioneerde.

Bijna alle rechtszaken zijn maandag gewoon doorgegaan. Bij sommige gerechten moesten enkele zaken worden uitgesteld of aangehouden.

Categorieën: Nieuws

Meningen gepeild over nieuw procesreglement bestuurszaken

wo, 05/18/2016 - 10:18
Praktijkspelers gevraagd naar hun ideeën

Overheidsinstantie, advocaten en andere mensen die vaak te maken hebben met de bestuursrechter, zijn uitgenodigd hun mening geven over het nieuwe procesreglement. De Rechtspraak werkt aan een nieuw reglement met oog op de digitale rechtsgang in bestuursrecht. Er komt een reglement voor zaken in eerste aanleg én hoger beroep samen. Nu zijn er nog aparte procesregelingen voor de rechtbanken, de gerechtshoven en de bijzondere rechtscolleges. De bestuursrechter besluit over zaken waarbij een overheidsinstantie is betrokken.

‘Door praktijkspelers te vragen naar hun ideeën, willen de gerechten in het reglement rekening houden met hun manier van werken’, zegt rechter Wilfried Derksen, portefeuillehouder bestuur binnen het moderniseringsprogramma Kwaliteit en Innovatie (KEI). Hierin  werkt de Rechtspraak  aan de modernisering van rechtspraak. Digitalisering is hier een belangrijk onderdeel van. ‘Het nieuwe reglement moet nog definitief worden vastgesteld door alle rechtbanken, de gerechtshoven en de bijzondere rechtscolleges. We willen daarbij betrekken hoe bijvoorbeeld advocaten en bestuursorganen tegen het reglement aankijken.’ Voor professionals wordt op termijn digitaal procederen verplicht. Particulieren mogen, als zij dat willen, op papier blijven procederen.

Regels

In een procesreglement staat een algemeen deel met voorschriften voor de behandeling van rechtszaken, die in elk gerecht hetzelfde zijn. Het reglement kent daarnaast aparte onderdelen voor hoger beroep en voor bijzondere procedures. Zo wordt in het reglement bijvoorbeeld uitgewerkt hoe de gerechten omgaan met verzoeken om stukken geheim te houden. Ook valt te lezen dat  onder verzenden ook digitaal verzenden wordt verstaan, dus niet alleen per post.

Fases

Het nieuwe procesreglement is onderdeel van de modernisering van het bestuursrecht. Deze modernisering gebeurt in fases. Zo kunnen vreemdelingenadvocaten op dit moment al op vrijwillige basis digitaal procederen in asiel- en bewaringszaken. Om digitaal te kunnen procederen is nieuwe wetgeving noodzakelijk. Naar verwachting treedt deze begin 2017 in werking. 

Categorieën: Nieuws

Jaarverslag 2015: modernisering, digitalisering en innovatie

do, 05/12/2016 - 13:38

In 2015 is door de Rechtspraak hard gewerkt aan het toegankelijker en begrijpelijker maken van rechtspraak. Dat staat in het Jaarverslag Rechtspraak 2015.

De Rechtspraak zit middenin het moderniseringsprogramma Kwaliteit en Innovatie (KEI). Doel van dit programma is rechtspraak sneller, begrijpelijker en toegankelijker te maken. Een belangrijk middel hierbij is digitalisering.

Opleveringen

In 2015 werden al diverse digitale werkprocessen opgeleverd. Zo is het bij alle gerechten inmiddels mogelijk digitaal asiel- en bewaringszaken in te dienen. Bewindvoerders en curatoren kunnen in toenemende mate in hun dossiers digitaal communiceren met gerechten. De komende tijd zal het programma KEI steeds meer van de tekentafel naar de praktijk verhuizen. Bewust is gekozen voor een gefaseerde invoering, zodat zo min mogelijk risico’s worden gelopen en er steeds kan worden geleerd van opgeleverde systemen.

Begrijpelijk en toegankelijk

Belangrijke aandachtpunten zijn begrijpelijkheid en toegankelijkheid van rechtspraak. Iedereen in Nederland heeft toegang tot de rechter en moet kunnen begrijpen wat in de rechtszaal gebeurt. Mede hierom werd in 2015 de website rechtspraak.nl vernieuwd. Rechtzoekenden kunnen daar in begrijpelijke taal informatie over het verloop van een rechtszaak, de gemiddelde duur daarvan en een schatting van de kosten vinden. Ook werd gestart met het Rechtspraak Servicecentrum. Via telefoon, Twitter en Facebook kunnen vragen worden gesteld. Rechtspraakmedewerkers, vaak afkomstig van griffies, zijn opgeleid om vragen te beantwoorden.

Wetgeving

KEI is een gedeelde verantwoordelijkheid; het ministerie van Veiligheid en Justitie is verantwoordelijk voor de wetgeving die digitaal procederen mogelijk maakt, de Rechtspraak is verantwoordelijk voor het vernieuwen van procedures. Digitaal procederen wordt voor professionele partijen (zoals advocaten, deurwaarders en curatoren) verplicht, particulieren kunnen op papier blijven procederen als ze dat willen. Wanneer digitaal procederen precies verplicht wordt, is afhankelijk van de vraag wanneer het parlement de wetgeving heeft aangenomen. Zeer waarschijnlijk is dat dit jaar het geval. Vervolgens treedt er een gewenningsperiode van een half jaar in (zie ook Modernisering rechtspraak).

Categorieën: Nieuws

Opvallende cijfers in 2015

do, 05/12/2016 - 08:50
Rechtspraak presenteert jaarverslag

In 2015 kwamen er 1,7 miljoen rechtszaken binnen, 85.000 zaken minder dan in 2014.  Dit is te lezen in het Jaarverslag Rechtspraak 2015. Wat valt op?

Veel minder gijzelingszaken

De belangrijkste oorzaak voor de daling is de sterke afname van gijzelingszaken (-90.000). Eerder spraken rechters hun zorgen uit over de groeiende stroom verzoeken om gijzeling van mensen die hun boetes niet betaalden (zie ook Vijf vragen over gijzeling). Gijzeling is bedoeld voor mensen die hun boete niet willen betalen, niet voor mensen die niet kúnnen betalen. Het Openbaar Ministerie motiveerde de gijzelingsverzoeken onvoldoende, aldus de rechters. Deze praktijk blijkt nu gestopt.

Minder vreemdelingenzaken

In 2015 waren er 6.000 minder vreemdelingenzaken, oftewel een daling van 15 procent. Dit laatste wekt wellicht verwondering, gezien de grote vluchtelingenstroom. De verklaring is dat veel vluchtelingen afkomstig zijn uit de zogenoemde niet-veilige landen. Hun verzoeken om een verblijfstatus worden in de regel ingewilligd, waardoor er geen zaken doorstromen naar de rechter. 

Strafzaken + 3 procentHet aantal binnengekomen zaken in 2015 op het gebied van strafrecht groeide in 2015 met 3 procent tot 186.150. Deze stijging is vooral toe te schrijven aan een sterke toename van politierechterzaken (relatief eenvoudige strafzaken) bij enkele rechtbanken. Forse toename schuld- en beschermingsbewind

In 2015 waren er 9 procent meer familierechtelijke zaken bij de kantonrechter. Het gaat hierbij vooral om bewindzaken bij meerderjarigen, zoals verzoeken tot bewindvoering  en het verlenen van machtigingen. De Rechtspraak constateerde in het Jaarverslag 2014 al een sterke toename van dit soort zaken; deze trend zette zich in 2015 voort. Vooral schuldenbewind en beschermingsbewind nemen sterk toe. Schuldenbewind is voor mensen die problematische schulden hebben. Beschermingsbewind is voor mensen die zelf niet (meer) hun financiële zaken kunnen regelen. Eind 2014 waren er 260.000 lopende bewindzaken, eind 2015 waren dit er 295.000.

Minder handelszaken door economisch herstel

Het aantal handelszaken bij de civiele rechter nam met 6.000 af tot in totaal 84.000. Een belangrijke verklaring is de afname van insolventierekesten en uitgesproken insolventies. Ook bij de kantonrechter nam het aantal handelszaken (waaronder veel incassozaken) af met 4 procent, tot in totaal 465.350. Ook het aantal dwangakkoorden en moratoria schuldsanering namen af. Een en ander is toe te schrijven aan de oplevende economie.

Flinke groei bijzondere colleges

Opvallend in 2015 was de groei van het aantal zaken waar de 2 bijzondere colleges, het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) en de Centrale Raad van Beroep (CRvB), mee te maken kregen. Het CBb (sociaal-economisch bestuursrecht) zag een toename van 15 procent (in totaal 1.000 zaken), de CRvB (sociale zekerheid en ambtenarenzaken) kreeg 19 procent meer zaken (8.700 in totaal). Bij het CBb was deze toename vooral toe te schrijven aan de nieuwe Wet verantwoorde groei melkveehouderij. Bij de CRvB waren meer ambtenarenzaken en meer zaken in het kader van de Algemene Nabestaandenwet, de Participatiewet, de Wmo 2015, de Ziektewet en de Awbz.

Recordjaar wrakingsverzoeken

In 2015 werden 714 wrakingsverzoeken ingediend, 100 meer dan in 2014 (+ 15 procent). Nooit eerder werden zoveel wrakingsverzoeken ingediend. Als een betrokkenen een vermoeden heeft dat een rechter een zaak niet onpartijdig kan behandelen, kan zo’n verzoek worden ingediend. In 2015 waren er 30 gehonoreerde wrakingen.

Factsheets 2015
  • Meest besproken onderwerpen (pdf, 1 MB) (pdf)
  • Personeel (pdf, 779,3 KB) (pdf)
  • Rechtszaken (pdf, 789,3 KB) (pdf)

Zie ook: 2015 in cijfers

Categorieën: Nieuws

‘Financiering Rechtspraak niet in politieke arena’

do, 05/12/2016 - 06:53

Het budget van de Rechtspraak mag niet afhankelijk zijn van het huishoudboekje van de minister van Veiligheid en Justitie. Financiering van rechtspraak is nu te veel een politieke keuze. Dat moet veranderen.

Dit schrijft Frits Bakker, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak, in zijn Jaarbericht, onderdeel van het vandaag verschenen Jaarverslag Rechtspraak 2015.

Weeffouten

Volgens Bakker zitten er weeffouten in de Wet op de rechterlijke organisatie van 2002. Deze Wro gaf de begroting van de Rechtspraak een plaats onder de vleugels van het ministerie van (Veiligheid en) Justitie. Hierdoor is de situatie ontstaan dat de Rechtspraak voor haar financiering moet concurreren met andere beleidsdoelen van het ministerie. En tegenvallers bij onderdelen van het ministerie werken door op de begroting van de Rechtspraak. ‘Voor de financiering van rechtspraak moet louter en alleen de vraag leidend zijn wat nodig is om rechtszaken goed en tijdig af te kunnen doen’, zegt Frits Bakker. ‘De wetgevende en uitvoerende macht kunnen de Rechtspraak nu beïnvloeden via de portemonnee. Dat hoort niet in een rechtsstaat, waarin de staatsmachten onafhankelijk van elkaar moeten zijn. Zo is het ook bedacht door de wetgever. In de praktijk blijkt echter dat het niet werkt.’

Nodig

De Algemene Rekenkamer kwam vorige maand tot dezelfde conclusie in haar rapport Bekostiging Rechtspraak: gevolgen voor doelmatigheid. ‘Door vooral het beschikbare budget als uitgangspunt te nemen is de financieringswijze grotendeels los komen te staan van de vraag wat er in de praktijk nodig is om zaken tijdig en zorgvuldig af te handelen’, concludeerde de Rekenkamer.

Nieuwe balans nodig

Bakker betreurt het dat er in 2002 niet voor is gekozen de Rechtspraak de status van Hoog College van Staat te geven. Hoge Colleges van Staat, zoals de Eerste en Tweede Kamer, de Raad van State en de Nationale ombudsman, hebben een grondwettelijke en onafhankelijke positie. Achterliggende gedachte is dat het hier om functies gaat die onontbeerlijk zijn in een democratische rechtsstaat en van een andere orde dan andere kostenposten. Bakker: ‘Er is een nieuwe balans tussen de staatsmachten nodig. Rechtspraak is een kerntaak van de staat en verdient onverkorte uitvoering van het financieringsmodel dat daarbij past. Rechtspraak kan niet zomaar worden meegenomen in generieke taakstellingen of worden gebruikt om tegenvallers elders op te vangen.’

Categorieën: Nieuws

'Bestuursrechter moet meer bevoegdheden krijgen'

wo, 05/11/2016 - 16:58

De rechter moet meer bevoegdheden krijgen om beleid van gemeenten te kunnen toetsen. Dit zou tegenwicht bieden aan de huidige praktijk waarin gemeenten steeds meer vrijheid krijgen om zelf sociaal beleid te ontwikkelen.

Dit concluderen 4 Groningse rechtswetenschappers in een vandaag verschenen onderzoek dat ze verrichtten in opdracht van Instituut GAK.

Beleidsterreinen

Voorbeelden van beleidsterreinen waar gemeenten meer bevoegdheden kregen zijn de sociale bijstand en de maatschappelijke ondersteuning. De onderzoekers gingen na welke gevolgen deze veranderingen hebben voor het functioneren van de rechtsstaat. Doordat gemeenten verschillend beleid voeren, ontstaat er voor burgers rechtsongelijkheid. In de ene gemeente krijgen zij bepaalde zorg of uitkeringen wel, in andere niet.

Meer bevoegdheden

De bestuursrechter zou volgens de onderzoekers de bevoegdheid moeten krijgen bij een verschillende invulling van gemeenten van landelijk beleid in te kunnen grijpen. De rechter kan nu alleen in individuele zaken oordelen. De rechtswetenschappers pleiten ook voor een (collectieve) klachtenprocedure over de schending van sociale grondrechten bij het College voor de Rechten van de Mens. Zo’n procedure kan functioneren als een ‘geschikt alarmsysteem’ voor tekortschietend gemeentelijk sociaal beleid, menen de onderzoekers.

Waarschuwing

De Raad voor de rechtspraak heeft in een wetgevingsadvies over de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 al gewaarschuwd voor het mogelijk optreden van rechtsongelijkheid en minder rechtsbescherming als gevolg van deze wet.

Categorieën: Nieuws

Nieuw: RSS-feeds per rechtsgebied

ma, 05/09/2016 - 10:40

Rechtspraak.nl biedt nu ook RSS-feeds per rechtsgebied aan. Hierdoor kunnen gebruikers van deze dienst op een makkelijke manier het laatste nieuws voor bestuurs-, civiel - en strafrecht lezen. Rechtspraak.nl bood al eerder feeds voor algemeen nieuws en het nieuws per gerecht aan.

RSS is een handige manier waarop nieuwsberichten worden aangeboden. Om hier gebruik van te maken is een RSS-reader nodig.

Voor meer informatie: RSS-feeds van rechtspraak.nl

Categorieën: Nieuws

'ZSM alleen bij eenvoudige overtredingen'

di, 04/26/2016 - 11:39

‘In Nederland bepaalt de rechter of iemand schuldig is en niet het Openbaar Ministerie of de politie. Alleen voor eenvoudige overtredingen kan daarvan worden afgeweken.’

Dat zegt Frits Bakker, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak, in reactie op de berichtgeving in de Volkskrant over het straffen van drugscriminelen buiten de rechter om. Als reden wordt genoemd dat de strafrechtketen als gevolg van toenemende criminaliteit dichtslibt. ‘De Rechtspraak herkent zich niet in het beeld dat hier wordt geschetst’, zegt Bakker. ‘Bovendien doe je hiermee af aan het beginsel dat een onafhankelijke en onpartijdige rechter oordeelt over het schuldig zijn van iemand. Dat is een pijler in onze rechtsstaat.’

ZSM

In algemene zin onderschrijft de Rechtspraak de kracht van het snel afdoen van eenvoudige misdrijven, volgens de zogenoemde ZSM-aanpak door het Openbaar Ministerie. Kenmerkend is dat veelvoorkomende criminaliteit (diefstal, te veel drugs op zak) snel wordt afgedaan, waardoor dader en samenleving snel zien dat er iets gebeurt. Bakker: Het is daarbij wel van het grootste belang dat de rechten van verdachten, ook in het ZSM-traject, gegarandeerd zijn. Verdachten zijn zich niet altijd genoeg bewust van hun rechten. Zo is bij mensen die akkoord gaan met een ZSM-afdoening, niet altijd bekend dat zij hierdoor wel een strafblad krijgen. Strafoplegging moet niet plaatsvinden in de hitte van het moment door de opsporende instantie. Zorgvuldige strafoplegging vergt een objectieve en afstandelijke blik.’

Rapport

Begin vorig jaar waarschuwde de procureur-generaal bij de Hoge Raad er in het rapport Beschikt en gewogen er voor dat de wijze waarop het OM strafbeschikkingen oplegt, op een aantal punten tekort schiet. Zo mag het OM alleen een strafbeschikking uitvaardigen als er voldoende bewijs is. Dat bleek nogal eens niet zo te zijn. De algemene conclusie van de pg was dat de wettelijke waarborgen waarmee de wetgever de schuldvaststelling heeft omringd, onvoldoende in acht werden genomen.  

Categorieën: Nieuws

'Financiering rechtspraak niet goed geregeld'

do, 04/21/2016 - 15:07

De financiering van rechtspraak is niet goed geregeld. Dat zegt de Raad voor de rechtspraak in reactie op een onderzoek dat de Algemene Rekenkamer vandaag heeft gepubliceerd. De Rechtspraak blijkt voor haar financiering nog steeds afhankelijk te zijn van de politieke keuzes van het kabinet over de begrotingsuitgaven.

De Rechtspraak wordt sinds 2002 per afgehandelde rechtszaak gefinancierd. Het was de bedoeling dat de Rechtspraak door deze manier van financieren minder afhankelijk zou zijn van de politiek.
‘Uit het rapport van de Algemene Rekenkamer blijkt dat dit maar voor een deel is gelukt’, zegt Frits Bakker, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak. ‘Dit is onwenselijk. Burgers en bedrijven moeten er op kunnen rekenen dat zij altijd bij de rechter terecht kunnen en dat de Rechtspraak voldoende middelen heeft om elke rechtszaak goed en zorgvuldig te kunnen behandelen.’
De Algemene Rekenkamer concludeert in het rapport ‘Bekostiging Rechtspraak: gevolgen voor doelmatigheid’ (zie ook het nieuwsbericht van de Algemene Rekenkamer) dat het bedrag dat de Rechtspraak voor een zaak krijgt, niet wordt berekend op basis van de reële kosten. In de praktijk blijkt de ruimte binnen de begroting van het ministerie van Veiligheid en Justitie leidend voor het bedrag dat de Rechtspraak per rechtszaak ontvangt.
De Algemene Rekenkamer is onafhankelijk en toetst of publiek geld doelmatig wordt besteed.

Onafhankelijke staatsmacht

Tot 2002 was de Rechtspraak voor haar financiering afhankelijk van de minister van (toen nog) Justitie. Dit werd politiek niet wenselijk geacht, omdat de Rechtspraak een aparte, onafhankelijke staatsmacht is die voor haar financiering niet afhankelijk moest zijn van een andere staatsmacht. Afgesproken werd daarom dat de Rechtspraak voortaan op grond van een objectief systeem geld zou krijgen per afgehandelde rechtszaak, de zogenoemde ‘prestatiebekostiging’. Het bedrag dat de Rechtspraak per rechtszaak krijgt, word sindsdien eens in de 3 jaar vastgesteld. Dit gebeurt na onderhandelingen met de minister van Veiligheid en Justitie. De reden hiervoor is dat de Rechtspraakbegroting als apart onderdeel bij de begroting van het ministerie van V en J is ondergebracht.

Werkt niet

De Algemene Rekenkamer concludeert nu dat deze prestatiebekostiging in de praktijk niet goed werkt, omdat bij de onderhandelingen de beschikbare middelen van de minister van V en J leidend zijn. Hierdoor is er volgens de Algemene Rekenkamer ‘in feite toch sprake van budgetfinanciering’. En: ‘Door vooral het beschikbare budget als uitgangspunt te nemen is de financieringswijze grotendeels los komen te staan van de vraag wat er in de praktijk nodig is om zaken tijdig en zorgvuldig af te handelen.’
Frits Bakker: ‘De Rechtspraak is geen willekeurige overheidsdienst. Rechters zijn onafhankelijk, ze zorgen ervoor dat conflicten in de samenleving worden beslecht. De vraag wat daarvoor financieel nodig is, moet niet worden beantwoord door de uitvoerende macht. Die is vaak zelf partij bij rechtszaken. Elke rechtszaak telt en verdient de tijd, de aandacht en het geld dat daarvoor nodig is. De manier waarop de financiering nu tot stand komt, doet daaraan maar voor een deel recht. Natuurlijk doet de minister vanuit zijn verantwoordelijkheid voor het functioneren van het systeem zijn best voldoende middelen vrij te maken, maar de praktijk is dat de Rechtspraak daarbij moet concurreren met dienstonderdelen van het departement, waarvoor de minister politiek verantwoordelijk is.’

Categorieën: Nieuws

1000 digitale zaken asiel en bewaring

wo, 04/13/2016 - 16:43

Deze week kwam de 1000ste digitale vreemdelingenzaak binnen, bij de rechtbank Limburg. Sinds januari kunnen vreemdelingenadvocaten bij alle rechtbanken in Nederland hun asiel- en bewaringszaken digitaal aanhangig maken via Mijn Rechtspraak. Over niet al te lange tijd (pdf, 267,2 KB)werken vreemdelingenadvocaten verplicht digitaal.

Geen expert

Advocaat Hennie Limonard in Joure maakt al vanaf vorig jaar juni zijn asiel- en bewaringszaken online aanhangig. De rechtbank had hem gevraagd om mee te doen aan de eerste pilot en sindsdien heeft hij zo’n 30 digitale zaken gedaan, waarvan enkele ook hebben geleid tot een mondelinge zitting in de rechtbank in Groningen. 'Ik ben absoluut geen expert op het gebied van IT, maar zag de noodzaak van de vernieuwingen bij de Rechtspraak en wilde het daarom wel proberen. Indertijd waren er met enige regelmaat hobbels en stressmomenten. Dan gaf het systeem bijvoorbeeld een foutmelding terwijl ik net een termijn moest halen en kon ik niet in het dossier. Meermalen heb ik aan de telefoon gehangen bij de servicedesk (het Rechtspraak Servicecentrum – red.). Inmiddels zijn veel problemen opgelost door verbeteringen in het systeem, en ook het aantal notificaties is drastisch teruggebracht. Wel gebeurde het me laatst op een zondag dat Mijn Rechtspraak in onderhoud was. Vervelend. Los daarvan kom ik tegenwoordig snel in het zaaksdossier.'

Thuis het hele dossier bij de hand

Limonard: 'Werken via Mijn Rechtspraak is praktisch: je logt ook in de thuissituatie zo in, kan bij het meest actuele, volledige dossier, kunt zaken indienen en aanvullen. Geen dikke tassen meer. Dat voelt in het begin wel kaal en dan ga je toch nog het dossier uitprinten voor de zitting, maar inmiddels doe ik dat niet meer. Wel download ik het dossier op het bureaublad van mijn laptop, zodat ik niet afhankelijk ben van de wifi in de rechtbank, waar inloggen uiterst moeizaam is.'
Er zijn advocaten die zich zorgen maken over de beveiligingsgraad van Mijn Rechtspraak. 'Daar stel ik eerlijk gezegd niet zoveel vraagtekens bij. Volgens de Rechtspraak voldoet het aan alle veiligheidsvoorschriften van de overheid en ik ga er dus vanuit dat het door deskundigen is dichtgetimmerd. Ik neem aan dat daar geen buitenstaander bij kan.'

Koudwatervrees

Nog lang niet alle vreemdelingenadvocaten werken op deze manier, terwijl digitaal indienen misschien al in januari 2017 verplicht wordt. Advocaat Limonard:  ‘Ik zie om me heen dat veel advocaten nog op papier blijven werken. Het is een soort koudwatervrees. Je moet eraan wennen dat je niets tastbaars meer hebt: geen faxblad meer, geen mapjes op je bureau die je herinneren aan je termijnen, je moet werken vanuit een goed bijgehouden agenda. En ja, per cliënt heb ik toch nog een mapje in de kast, met wat geschreven aantekeningen, personalia en dergelijke. Maar alle overige documenten en gegevens houd ik verder digitaal: in Mijn Rechtspraak. Laatst moest ik een nieuwe printer aanschaffen. Eentje waar ik een fax aan kan hangen, voor de procedures die nog niet digitaal zijn. Misschien was dit de laatste keer.‘

Categorieën: Nieuws

Indringendere toetsing asielbesluit door bestuursrechter

wo, 04/13/2016 - 11:28

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State versterkt de toetsing van het asielrelaas van een vreemdeling door de bestuursrechter. Dit blijkt uit een aantal uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van vandaag. Zij geeft daarin uitleg aan een regel uit de Europese Procedurerichtlijn over de manier waarop de bestuursrechter een standpunt in een besluit van de staatssecretaris over de geloofwaardigheid van een asielrelaas moet toetsen.

Toetsing asielrelaas

Bij sommige delen van het asielrelaas kan de bestuursrechter op basis van het besluit net zo goed als de staatssecretaris beoordelen of de vreemdeling geloofwaardig is. In die gevallen toetst de Afdeling bestuursrechtspraak indringend.
Als de vreemdeling echter geen bewijs levert, maar alleen zelf vertelt over wat hem is overkomen, heeft de staatssecretaris 'beslissingsruimte' om in te schatten of de vreemdeling moet worden geloofd of niet. In zulke gevallen mag de bestuursrechter niet zijn eigen inschatting in de plaats stellen van de inschatting van de geloofwaardigheid door de staatssecretaris.

Intensiever

Als gevolg van de Procedurerichtlijn wordt de bestuursrechterlijke toetsing van de inschatting van de geloofwaardigheid van het asielrelaas intensiever dan tot nu toe gebruikelijk was.
Wat niet verandert is dat de bestuursrechter nooit zelfstandig het asielrelaas beoordeelt, maar dat het besluit van de staatssecretaris daarover het uitgangspunt voor zijn toetsing vormt.

Uitspraken

Lees de twee uitspraken met zaaknummers ECLI:NL:RVS:2016:890 en ECLI:NL:RVS:2016:891 waarin de toetsingswijze voor de bestuursrechter is uitgelegd.
In de uitspraken met zaaknummers ECLI:NL:RVS:2016:956, ECLI:NL:RVS:2016:957 en ECLI:NL:RVS:2016:958 is de nieuwe toetsingswijze toegepast.

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft ook in het jaarverslag 2015 aandacht besteed aan de versterking van de toetsing van besluiten door de bestuursrechter.

Categorieën: Nieuws

Pagina's

Kunnen wij u helpen?

Heeft u een juridisch probleem en wilt u een advocaat of een mediator inschakelen?
Neem contact met ons op. Wij zoeken een specialist bij uw probleem.

> Schakel hulp in voor uw juridisch probleem