Actueel juridisch nieuws

Senaat stemt in met uitbreiding spreekrecht slachtoffers

di, 04/12/2016 - 17:12

De Eerste Kamer is vandaag akkoord gegaan met het wetsvoorstel dat het spreekrecht voor slachtoffers en nabestaanden in de rechtszaal ruimer maakt. 

Wetsvoorstel

Het wetsvoorstel breidt het huidige, beperkte spreekrecht van slachtoffers (of hun nabestaanden) van ernstige misdrijven uit tot een onbeperkt spreekrecht. Slachtoffers en nabestaanden krijgen door deze wet tijdens de rechtszitting de mogelijkheid onder andere te spreken over de mogelijke bewezenverklaring, het strafbare feit, de schuld van de verdachte(n) en de straf. De regering wil hiermee de positie van het slachtoffer tijdens het strafproces versterken.

Advies

De Raad voor de rechtspraak adviseerde eerder over het wetsvoorstel. In zijn wetgevingsadvies zei de Raad dat hij voorstander is van een grotere rol voor het slachtoffer tijdens de rechtszaak. Wel waarschuwde de Raad ervoor dat met name als gevolg van het recht om over het bewijs te spreken, slachtoffers als getuige kunnen worden gehoord in de rechtszaal. Dat kan hard aankomen, met als risico dat zij zich opnieuw slachtoffer voelen. Ook wees de Raad erop dat er als gevolg van het adviesrecht bij slachtoffers te hoge verwachtingen kunnen ontstaan. De rechter zal immers lang niet altijd rekening kunnen houden met het slachtofferadvies, aangezien hij met veel meer factoren rekening moet houden dan alleen dat advies. Hij is bijvoorbeeld gebonden aan strafmaxima.

Trend

Het nu aangenomen wetsvoorstel past in de trend om rechten van slachtoffers en nabestaanden in het strafproces te verruimen. Eerder kregen zij recht op meer informatie en mogelijkheden om schadevergoeding te eisen. Een belangrijke verruiming was de invoering in 2005 van het spreekrecht: sindsdien mogen slachtoffers en nabestaanden in de rechtszaal vertellen over hun leed en de consequenties daarvan. In 2012 werd dit spreekrecht uitgebreid, onder andere door meer betrokkenen rond het slachtoffer spreekrecht toe te kennen.

Categorieën: Nieuws

Vierde EU Justice Scoreboard verschenen

ma, 04/11/2016 - 14:26
Rechtsstelsels EU-lidstaten onderling vergeleken

Voor de vierde keer zijn de rechtsstelsels van de lidstaten van de Europese Unie op diverse onderdelen met elkaar vergeleken. De vergelijkingen betreffen de efficiency, de kwaliteit en de onafhankelijkheid van de rechtsstelsels.

Het 2016 EU Justice Scoreboard staat bol van de staatjes en grafieken, waarin de lidstaten letterlijk kunnen aflezen hoe ze ‘scoren’ op verschillende indicatoren. Ook kunnen ze zien bij welke landen ze te rade kunnen gaan als ze zichzelf op een bepaald onderdeel willen verbeteren.
Er is door de EU bewust voor gekozen níet een ranglijst te maken van best presterende landen. ‘Van elkaar leren is de beste manier om tegemoet te komen aan de verwachtingen die burgers en bedrijven hebben’, schrijft Europees commissaris van Justitie Vera Jourova in haar voorwoord.

Nederland

Nederland scoort op vrijwel alle indicatoren bovengemiddeld goed. Gedacht moet dan worden aan scores op de gemiddelde duur van verschillende typen rechtszaken, de vraag of gerechten in staat zijn de binnenkomende zaken af te handelen of dat zaken op de plank belanden, of er voor het algemene publiek online informatie beschikbaar is over hoe een rechtszaak te starten en hoeveel geld een land uitgeeft aan ondersteuning van mensen die zelf niet in staat zijn een rechtszaak te betalen.
Uit de Eurobarometer blijkt dat Nederland op het onderdeel ‘training van rechters’ het best scoort van alle EU-lidstaten. Verder wordt aangetoond dat ons land relatief weinig uitgeeft aan Rechtspraak. Als het gaat om euro’s per inwoner, staat Nederland met 110 euro per inwoner na Luxemburg, Engeland, Duitsland, Zweden en Oostenrijk op de zesde plaats. Als de uitgave wordt uitgedrukt als percentage van het Bruto Binnenlands Product, komt Nederland in de EU pas op de 19de plaats. 

Onafhankelijkheid

Voor de eerste keer is in de Eurobarometer opgenomen hoe burgers en bedrijven denken over de mate van onafhankelijkheid van rechters. 70 procent van de Nederlanders bestempelt de onafhankelijkheid als ‘fairly good’. Wat dit betreft  doen Denemarken , Finland, Zweden, Oostenrijk, Ierland en Luxemburg het beter: in die landen zegt meer dan 70 procent dat de onafhankelijkheid ‘fairly good’ is (in Denemarken is dit 87 procent).

Conclusie

De algehele conclusie van de vierde EU Justice Scoreboard is dat er in Europa, hoewel er aanzienlijke verschillen zijn tussen de lidstaten, per saldo stappen worden gezet in het beter maken van de rechtsstelsels. 

Categorieën: Nieuws

Partijen geselecteerd voor testen van systeemkoppeling

vr, 04/08/2016 - 15:23
Rechtstreekse koppeling met Aansluitpunt Rechtspraak

De Rechtspraak heeft twee combinaties van advocatuur en softwareleverancier geselecteerd om haar systeemkoppeling met professionele partijen te testen. Het zijn de ‘Aneto’ combinatie (samenwerkingsverband tussen onder meer Delissen Martens Advocaten, GMW, Van de Feltz, Epona en Urios) en de ‘Basenet’ combinatie (samenwerkingsverband tussen onder meer Bosselaar & Strengers advocaten, VDT Advocaten, NeXT Advocaten en Basenet).

De Rechtspraak deed eerder een oproep voor testpartners. De genoemde twee partijen voldoen aan de gestelde criteria.
Digitaal procederen wordt in de toekomst verplicht. Daarvoor wordt het webportaal Mijn Rechtspraak ontwikkeld. Organisaties zoals advocaten- en deurwaarderskantoren of bestuursorganen met een groot aantal zaken kunnen er straks voor kiezen om hun eigen administratiesysteem direct aan te sluiten op het Rechtspraaksysteem: het zogenoemde Aansluitpunt Rechtspraak.

Gebuikerservaringen

De Rechtspraak werkt voor het testen van het Aansluitpunt Rechtspraak al samen met Silex, een samenwerkingsverband van advocatenkantoren. Om in de meest brede zin gebruikerservaringen te verkrijgen, zijn nu de twee andere testpartners toegevoegd.

Zie ook: Modernisering Rechtspraak

Categorieën: Nieuws

Nieuwe en ouderwetse criminaliteit in digitaal jasje

do, 04/07/2016 - 12:04
Verslag van themadag Licht in de digitale duisternis

Digitale technieken van criminelen maken het rechters, Openbaar Ministerie en politie knap lastig. Het Kenniscentrum Cybercrime van de Rechtspraak - volgens de EU een best practice in Europa – organiseerde gisteren een themadag. 'Je moet snappen wat er gebeurt voordat je erover kunt oordelen.'

'Cybercrime kinderspel', citeerde Christiaan Baardman, raadsheer bij het gerechtshof Den Haag en coördinator van het Kenniscentrum Cybercrime, gisteren (6 april 2016) een krantenkop. Hij opende de themadag Licht in de digitale duisternis,  waar 200 professionals op af kwamen.

Het Kenniscentrum verzamelt en beheert informatie over computercriminaliteit. Hierbij gaat het vaak niet eens over nieuwe vormen van hightech misdaad, maar om doodnormale oplichting of chantage, maar dan in een digitaal jasje. En juist die toevoeging maakt het werk van politie, Openbaar Ministerie en Rechtspraak knap ingewikkeld, getuige de vaktermen als keyloggers, IP-taps, social engineering, white hat hackers, zero day exploits, botnets, bruteforce die voortdurend voorbij kwamen.

Kenniscentra

'Je moet snappen wat er gebeurt voordat je erover kunt oordelen.' Het zijn de woorden van Frits Bakker, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak, tijdens zijn toespraak. Specialistische kennis moet worden opgebouwd, geborgd en gedeeld. Bijvoorbeeld door kenniscentra, waarvan de Rechtspraak er inmiddels 7 kent. 'De rechter van 25 jaar geleden werd geacht vooral veel kennis paraat te hebben', volgens Bakker. 'Op die manier lukt het nu niet meer.'

Belangstelling

In de zaal zaten naast rechters ook mensen uit het onderwijs, OM, Belastingdienst, ministerie van Defensie. Niet alleen in Nederland valt het Kenniscentrum Cybercrime op. Vorig jaar noemde de Raad van de Europese Unie het een zogenoemde best practice, en raadde lidstaten aan vergelijkbare initiatieven op te zetten ter ondersteuning van rechters.

Wet Computercriminaliteit III

Een van de grote juridische ontwikkelingen op het gebied van computercriminaliteit is de Wet Computercriminaliteit III, die de huidige wet moderniseert. Het wetsvoorstel kreeg sinds het eerste concept in 2013 stevige kritiek, onder andere van de Raad voor de rechtspraak. Met de nieuwe wet krijgt de overheid bevoegdheden die diep kunnen ingrijpen in de persoonlijke levens van burgers, met name op het gebied van privacy – een grondrecht. Daarom wil de Rechtspraak dat de rechter zowel vooraf (als het OM wil inbreken in een computer) als achteraf (als de gegevens zijn verzameld) toetst.

Luut Mol Lous, raadadviseur bij het ministerie van Veiligheid en Justitie, is een van de architecten van de nieuwe wet. 'De bestaande opsporingsbevoegdheden schieten tekort', zei hij gisteren stellig. De noodzaak van een nieuwe wet is duidelijk, maar Mol Lous en zijn collega's voelen dat hun werk onder een vergrootglas ligt vanwege de mogelijk vergaande impact op de privacy.

Darkweb

De rest van de middag stond in het teken van het delen van praktische kennis. Hoe wordt kinderporno bestreden op het darkweb? Wat zijn de uitdagingen en mogelijkheden van anonieme netwerken als het TOR-netwerk? Spreker Eric Kuijl, operationeel specialist bij de politie, voorspelde een toename van het 'creatief gebruik van technische middelen' door opsporingsinstanties, bijvoorbeeld door het hacken van online fora of de analyse van grote hoeveelheden data die online is verzameld. Deze ontwikkelingen zullen ook hun weg vinden naar de zittingszaal.

Omvang

De exacte omvang is moeilijk te bepalen, maar duidelijk is dat cybercrime een enorme kostenpost is voor Nederlandse bedrijven en overheid. Het gaat om miljarden euro's per jaar. Maar het is niet alleen een kwestie van geld, computercriminaliteit kan de levens van normale mensen ernstig overhoop halen. En het wordt gemeengoed, volgens Frits Bakker: 'Denk aan hacken, skimming, fishing, grooming, ddos-aanval – in de jaren 90 van de vorige eeuw had men je aangekeken of je van Mars kwam als je met deze termen op de proppen was gekomen. Maar nu zijn het ingeburgerde begrippen die in de krantenkolommen vaak niet eens meer worden toegelicht.'

Slachtoffers

Volgens de Veiligheidsmonitor 2015 (CBS) werd ruim 11 procent van de Nederlanders vorig jaar het slachtoffer van cybercrime. Het meest ging het om hacken, bijvoorbeeld een inbraak in het e-mailaccount van het slachtoffer. Daarna volgt cyberpesten, dat kan variëren van online pesten tot afpersing, stalking of bedreiging met geweld. 3 procent van de Nederlanders werd in 2015 slachtoffer van dit type misdrijf.

Categorieën: Nieuws

Harde afspraak over kwaliteit jurist die togaberoep wil uitoefenen

do, 04/07/2016 - 11:37

Rechtspraak, Openbaar Ministerie en advocatuur kunnen er dankzij een afspraak met alle juridische faculteiten van op aan dat afgestudeerde juristen met de aantekening 'civiel effect' op hun bul, daadwerkelijk de vereiste kennis en kunde in huis hebben om door te kunnen studeren voor rechter, officier van justitie of advocaat.

Alle juridische faculteiten in Nederland, het Openbaar Ministerie, de Rechtspraak en de Nederlandse Orde van Advocaten ondertekenden recent het Convenant inzake civiel effect. Met 'civiel effect' wordt bedoeld dat de opleiding zodanig is samengesteld dat voldaan wordt  aan de vereisten voor toegang tot rechterlijke macht en advocatuur, de zogenoemde togaberoepen.
De wettelijke eisen aan het 'keurmerk' civiel effect schrijven voor dat er een bepaald niveau is behaald op het gebied van het civiele recht, bestuursrecht én strafrecht, de drie hoofdonderdelen van het recht. De meeste rechtenstudenten willen een 'verklaring van civiel effect' op het diploma hebben, omdat ze dan alle wegen open houden.

Probleem

Namens de Raad voor de rechtspraak was Margreet Ahsmann betrokken bij de totstandkoming van het convenant. Zij is behalve rechter in de rechtbank Den Haag ook bijzonder hoogleraar Rechtspleging aan de Universiteit van Leiden. 'Het probleem met het civiel effect was dat universiteiten aan de wettelijke vereisten  verschillend  invulling gaven', zegt Ahsmann, 'ook al omdat niet scherp omschreven was wat het civiel effect nou precies inhield.' Hierbij speelt mee dat universitaire rechtenopleidingen in de jacht op de student in de loop der jaren steeds minder eenvormig zijn geworden en studenten veel keuzevrijheid in de studie hebben. In het nu getekende convenant is daarom helder omschreven welke vakken een student op welk niveau in elk geval moet hebben gevolgd wil hij het keurmerk krijgen. Faculteiten hebben nu afgesproken zich daaraan te zullen houden.

Hinder

Openbaar Ministerie, advocatuur en Rechtspraak ondervonden hinder van het feit dat de aantekening civiel effect bij de ene afgestudeerde jurist iets anders inhield dan bij de andere. Voordat je rechter, officier van justitie of advocaat kunt worden, moet er na de studie rechten nog een vervolgopleiding worden gedaan. Ahsmann: 'Bij deze vervolgopleidingen wordt voortgebouwd op de universitaire studie. Als dan blijkt dat de studenten lang niet allemaal de benodigde kennis hebben, is dat een probleem. Het kost bovendien veel geld.'
De belangrijkste reden voor een goede invulling van het civiel effect is natuurlijk de kwaliteit van de togajurist, zegt Ahsmann. 'Willem Bekkers, voormalig deken en advocaat, zei ooit: "De kwaliteit van de togaberoepen is een van de pijlers van de democratische rechtsstaat". Zo is het. Met dit convenant dragen we daaraan bij.'

Categorieën: Nieuws

Raad van State: besluitvorming en rechtsstaat botsen

di, 04/05/2016 - 12:32
'Structurele krachtmeting dreigt tussen bestuur en rechter’

Politieke overeenstemming gaat steeds vaker vooraf aan de toetsing van wat in de praktijk wettelijk mogelijk en haalbaar is. Dit is een zorgelijke ontwikkeling: de rechtsstaat dreigt een sluitpost van besluitvorming te worden.

Dit concludeert de Raad van State in zijn jaarverslag, dat vandaag (dinsdag 5 april) is verschenen. Het hoogste adviesorgaan van de regering en op onderdelen de hoogste bestuursrechter van het land, constateert dat er een ‘structurele krachtmeting dreigt tussen bestuur en rechter’. Het uitgangspunt dat bij het maken van beleid steeds verschillende belangen en waarden in het besluitvormingsproces een plaats wordt gegeven, wordt in ons land meer en meer verlaten, signaleert de Raad.

Taak

De Raad van State constateert dat door voortvarende besluitvorming en het zoeken naar politiek en maatschappelijk draagvlak, de verschillende fasen in de besluitvorming steeds meer in elkaar schuiven. De huidige veranderingen en ontwikkelingen op economisch, maatschappelijk en bestuurlijk gebied, noodzaakt de politiek tot antwoorden op nieuwe vraagstukken. Dit is vooral zo ingewikkeld omdat we in een tijd leven waarin er onder de bevolking groeiende zorg is over en weerstand tegen maatschappelijke veranderingen.

Hoge eisen

Deze situatie stelt hoge eisen aan de kwaliteit van besluitvorming, aldus de Raad van State. Als gemaakte afspraken met maatschappelijke of politieke partijen meteen na het bereiken van overeenstemming worden vastgelegd in gedetailleerde regeer-, bestuurs- of beleidsakkoorden, moet vooraf worden getoetst op nut, noodzaak, doelmatigheid of juridische juistheid van maatregelen. Voorwaarde is dan dat er bij het vastleggen van die akkoorden inzicht is in de juridische mogelijkheden en beperkingen. ‘Het is zorgelijk om vast te stellen dat dit eerder lijkt af dan toe te nemen’, aldus de Raad van State, die vreest voor een toenemende confrontatie van recht en maatschappelijke dynamiek voor de rechter.

Rechtsbescherming

In het Jaarverslag vraagt de Raad van State verder aandacht voor de rechtsbescherming van burgers bij bestuurlijke boetes. Hij constateert dat de overheid steeds vaker kiest voor (hoge) bestuurlijke boetes, in plaats van handhaving via het strafrecht. In 2015 bracht de Raad van State hierover al een ongevraagd advies uit. De Raad van State vindt het noodzakelijk dat opnieuw naar het niveau van de wettelijk geregelde rechtsbescherming bij bestraffende sancties wordt gekeken en dat strafrecht en bestuursrecht op elkaar worden afgestemd.      

Categorieën: Nieuws

Bestuursorganen duiken in digitaal procederen

do, 03/31/2016 - 13:20

De rechtspraak is aan het moderniseren en digitaliseren, en daar krijgen ook de professionele procespartijen mee te maken, want digitaal procederen wordt voor hen in 2018 verplicht. Wat betekent dat voor hen?

Op 23 maart waren zo’n 80 juridische professionals bijeen in een propvolle zaal in het Beatrixgebouw in Utrecht, op uitnodiging van KEI, het digitaliseringsprogramma van de Rechtspraak. Juristen van zo’n 45 bestuursorganen als gemeenten, ministeries, Rijkswaterstaat, IND, Raad van State, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit of COA werden meegevoerd in de toekomstige manier van werken in bestuursrechtelijke procedures. Digitaal procederen wordt voor bestuursorganen naar verwachting in 2018 verplicht, en dat betekent een andere manier werken. De procesdeelnemers moeten dan hun gegevens en documenten via de digitale weg aan rechtbank of gerechtshof verstrekken. De sprekers schetsten daarvoor 2 wegen: het webportaal Mijn Rechtspraak en het Aansluitpunt Rechtspraak.

Webportaal of Aansluitpunt

Wat is het verschil tussen die 2? Dat zit hem vooral in de automatiseringsgraad. Mijn Rechtspraak is een webportaal, geheel beveiligd te bereiken via www.rechtspraak.nl, terwijl het Aansluitpunt Rechtspraak een directe, veilige koppeling is tussen het systeem van de Rechtspraak en het systeem van het bestuursorgaan.

Kiest de organisatie om te werken via Mijn Rechtspraak, dan logt men op het webportaal in om bij het digitale dossier te komen dat in het portaal ‘ligt’. Ook gaat men daarheen om documenten te uploaden of gegevens in te voeren via webformulieren. Voor deze manier van werken hoeft het bestuursorgaan zijn eigen systeem niet te veranderen.
Heel anders is dat bij het Aansluitpunt Rechtspraak: dit ’stopcontact van de Rechtspraak’ zorgt in combinatie met de juiste ‘stekker’ van het bestuursorgaan voor een volledig geautomatiseerde uitwisseling van gegevens. Het digitale dossier bevindt zich in dit geval in het eigen systeem van het bestuursorgaan en de gegevens van de Rechtspraak komen automatisch in het dossier terecht.

Gevolgen voor de organisatie

Bij beide manieren van werken moeten de organisaties intern aan de slag om werkprocessen aan te passen. ‘Goed dat we nu op de hoogte worden gebracht en logisch dat de Rechtspraak digitaliseert,’ stelt een deelnemer in de pauze, ‘het is wel duidelijk dat we intern moeten nagaan wat dit voor ons betekent.’ ‘Wij gaan intern eens goed bespreken wat de gevolgen zijn voor onze organisatie’, vertelt een ander. ‘We hebben zo’n 400 zaken per jaar, dus ik denk dat het voor ons niet rendabel is om met het Aansluitpunt te werken. Op dit moment scannen wij het dossier in één keer in zodat we het digitaal kunnen bewaren, maar straks zullen we de documenten via Mijn Rechtspraak mogelijk per stuk moeten aanleveren. Dat betekent dat we metadata aan de stukken moeten toevoegen’, en, voegt hij toe, ‘dat zal meer tijd kosten.’

Wel of niet een Aansluitpunt Rechtspraak?

Bestuursorganen en andere professionele partijen die willen gaan werken via het Aansluitpunt, moeten ook aan de slag, want zij moeten hun eigen ‘IT-stekker’ ontwikkelen. Er valt geen algemene uitspraak te doen over de grootte van het zaaksvolume waarbij het zinnig en rendabel is te kiezen voor het Aansluitpunt, is de boodschap. Verschillende factoren kunnen van invloed zijn op die beslissing, die door de procespartij zelf genomen moet worden. ‘Het is een samenspel van factoren. Het aantal zaken dat je doet en de omvang van de dossiers bijvoorbeeld, want het uploaden van dikke dossiers is veel werk. Ook de mate van digitalisering van de organisatie kan meewegen in het besluit: hoever ben je, heb je wellicht sowieso plannen om vernieuwingen door te voeren?’ En het is de vraag of je het in je eentje moet doen. De deurwaarders ontwikkelen bijvoorbeeld gezamenlijk een ‘hub’ waar een individueel kantoor op ‘in kan prikken’. Grote advocatenkantoren zijn een samenwerkingsverband aangegaan en ook de VNG overweegt om ‘knooppunten’ te ontwikkelen. De IND heeft al een ‘stekker’ ontwikkeld en kan tips geven. In de gangen rond de bijeenkomst zijn al contacten gelegd.

Werk aan de winkel

Kortom, er is werk aan de winkel, aan beide zijden. De Rechtspraak wil een algemeen (‘generiek’) aansluitpunt ontwikkelen dat in een brede functionele behoefte voorziet. Daartoe worden de aanwezigen opgeroepen om hun wensen uiterlijk 15 april 2016 kenbaar te maken, hoewel die mogelijk niet alle gehonoreerd zullen worden. ‘Wel kort dag’, is de reactie van aanwezigen, want die moeten intern met hun IT-afdelingen om de tafel. Ook mogen de deelnemers aangeven of ze willen meedoen aan een workshoptraject dat hiervoor in april en mei gaat lopen. Het lijkt erop dat velen daarbij willen zijn, al was het alleen maar om op de hoogte te blijven en van elkaar te leren. Duidelijk is dat de Rechtspraak vaart wil maken.

​Meer informatie

Bekijk de presentatie (pdf, 4,1 MB) die op 23 maart werd gegeven en www.rechtspraak.nl/modernisering 
Vragen? Mail: externen.kei@rechtspraak.nl

Categorieën: Nieuws

Werving SummerCourt van start

di, 03/22/2016 - 17:18

Rechtenstudenten hebben vaak geen idee wat het is om als rechter of officier van justitie te werken. Daarom openen de Rechtspraak en het Openbaar Ministerie deze zomer weer de deuren voor 80 studenten, die zich een week lang mogen onderdompelen in de praktijk van het recht.

Kandidaten in het laatste jaar van hun bachelor of het begin van hun masterfase, met de nodige maatschappelijke ervaring, kunnen nu solliciteren naar een plek in het team van SumnmerCourt 2016. Wacht niet te lang; de inschrijving sluit 17 april. Alle benodigde informatie vind je op Op www.summercourt.nl.

Categorieën: Nieuws

'Toegang tot kantonrechter blijft gewaarborgd'

di, 03/22/2016 - 17:14

De angst bij sommige kantonrechters dat kwetsbare mensen straks geen toegang meer hebben tot de rechter, is onterecht. Dat zegt senior handelsrechter / raadsheer plaatsvervanger Patrick van Geloven, lid van de werkgroep Regie van het programma Kwaliteit en Innovatie.

Van Geloven reageert op het artikel dat zaterdag in NRC Handelsblad stond Bij de gewonemensenrechter. De NRC-verslaggever liep een week mee met Amsterdamse kantonrechters. Zij geven daarin te kennen er bang voor te zijn dat  kwetsbare mensen, de mensen die met een plastic zak met daarin hun administratie bij de rechter komen, straks niet meer hun verhaal kunnen doen bij de kantonrechter. De kantonrechter beslist in onder meer civiele zaken tot een bedrag van 25.000, arbeidszaken, huurzaken en consumentenkoopzaken. In het artikel stond onder meer de passage: 'Je moet voor onze vorm van rechtspraak niet de indruk gaan wekken dat die geheel digitaal zal worden. Dat kan namelijk niet, toegang tot de rechter is in essentie het recht om op de zitting je verhaal te mogen doen. Maar dan moet je daar wel de weg naartoe kunnen vinden, zonder al te veel drempels. Nu kan dat nog met een handgeschreven briefje - de griffie krijgt verweerschriften in alle soorten en maten. Of mondeling, via de rolzitting. Maar straks?'

Oproepingsbericht

Van Geloven verwijst naar de wetsteksten en de Memorie van Toelichting van de KEI-wetgeving. ‘Een natuurlijk persoon tegen wie een vordering is ingediend bij de kantonrechter, kan nooit bij verstek worden veroordeeld zonder dat hij weet dat een vordering tegen hem is ingesteld. Dat kan alleen nadat een deurwaarder een “oproepingsbericht” aan hem of haar kenbaar heeft gemaakt. In dat bericht staat straks ook dat mondeling verweer kan worden gevoerd. Precies zoals dat nu op de rolzitting gebeurt. Ook kunnen straks, als de persoon in kwestie geen rechtsbijstand heeft, papieren stukken worden ingediend als verweer. In zaken waarin partijen in persoon kunnen procederen, kan dus mondeling verweer worden gevoerd en kan de plastic tas met stukken mee naar de zitting.’

Drempel

Het enige verschil met nu is dat de zitting straks geen rolzitting meer heet, aldus Van Geloven. Ook de communicatie met mensen die niet digitaal communiceren, blijft langs papieren weg verlopen. ‘Voor partijen die moeite hebben hun standpunt op schrift te stellen of om andere redenen niet kiezen voor het op schrift stellen van hun verweer, blijft de drempel om verweer te voeren zo laag mogelijk. Als dat niet zo zou zijn, zou dat in strijd zijn met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, het artikel dat toegang tot de rechter garandeert.’

Categorieën: Nieuws

Tal van onduidelijkheden in wetsvoorstel dat verheerlijken terrorisme strafbaar maakt

ma, 03/21/2016 - 10:55

Het initiatiefwetsvoorstel van CDA-Kamerlid Keijzer dat verheerlijking van terrorisme onder bepaalde voorwaarden strafbaar stelt, stuit op zwaarwegende bezwaren.

Dat staat in het wetgevingsadvies (pdf, 443,5 KB) van de Raad voor de rechtspraak. Volgens het initiatiefwetsvoorstel (een wetsvoorstel van een Kamerlid) komt er in het Wetboek van Strafrecht een artikel bij. Dit artikel stelt het verheerlijken van de gewapende strijd en terroristische misdrijven strafbaar als er het vermoeden is  dat de openbare orde daardoor ernstig wordt (of kan worden) verstoord. Hetzelfde geldt voor het geval dat dat vermoeden er redelijkerwijs had moeten zijn. 

Opmerkingen

De Raad voor de rechtspraak wijst er op dat in 2005 een dergelijk wetsvoorstel ook al op tafel lag. Na kritiek, onder meer door de Raad in een wetgevingsadvies (2005/26), verdween het voorstel van tafel. Het voorstel dat er nu ligt, maakt niet duidelijk wat er sindsdien veranderd is.

Verder vindt de Raad dat niet duidelijk wordt gemaakt hoe dit voorstel moet worden gezien ten opzichte van de vrijheid van meningsuiting, een grondrecht. Hij vraagt zich tevens af waarom de strafbaarheid niet wordt beperkt tot misdrijven die door een rechterlijke uitspraak zijn bevestigd. Als iemand wordt verdacht van het verheerlijken van een misdrijf, waarvan niet middels een rechterlijke uitspraak vaststaat dat het echt is gepleegd en ook dat het om een terroristische daad gaat, hoe kan de rechter de strafbaarheid van het verheerlijken daarvan dan vaststellen?

Ook vraagt de Raad zich af of niet de eis van opzet op het verstoren van de openbare orde in het wetsvoorstel moet worden opgenomen. Gebeurt dit niet, dan zouden bijvoorbeeld ook journalistieke en wetenschappelijke publicaties, of andere uitingen die vallen onder de vrijheid van meningsuiting en niet tot doel hebben om de orde te verstoren, vervolgbaar kunnen worden. Onduidelijk is eveneens welke uitingen volgens het voorstel strafbaar worden. Er wordt gesproken over ‘uitlatingen’, maar wat moet daaronder worden verstaan? Ook het begrip ‘gewapende strijd’ wordt niet nader omschreven. Wordt hier alleen de jihad bedoeld of bijvoorbeeld ook de strijd van de separatisten in Oekraïne? 

Artikel 12

De Raad vraagt in zijn advies verder aandacht voor de verwachting dat het Openbaar Ministerie regelmatig zal besluiten ondanks een aangifte van verheerlijking van geweld, vanwege de vrijheid van meningsuiting niet tot vervolging over te gaan. Dit leidt waarschijnlijk tot meer artikel 12-procedures. Dit is een procedure bij een gerechtshof waarin een aangever vraagt het OM te dwingen toch te vervolgen, met vaak veel media-aandacht. Ten onrechte wordt hier geen aandacht aan besteed, aldus de Raad. 

Procedure

In een wetgevingsadvies spreekt de Raad voor de rechtspraak zich niet uit over de politieke wenselijkheid van (initiatief)wetsvoorstellen. Hij kijkt vooral of rechters er in de praktijk mee uit de voeten kunnen. Waar het gaat om nieuwe strafbepalingen, kijkt de Raad naar de duidelijkheid ervan. Ook kijkt hij of voor een burger voldoende voorzienbaar is welke gedraging nou precies strafbaar wordt gesteld. Wetgevingsadviezen worden gestuurd naar de opsteller van het betreffende wetsvoorstel. Die past het wetsvoorstel mogelijk aan. Een volgende stap is, als de opsteller het voorstel verder in procedure wil brengen, het aanbieden van het wetsvoorstel aan de Raad van State. Het advies van de Raad van State wordt vervolgens samen met het wetsvoorstel naar het parlement gestuurd. 

Categorieën: Nieuws

Jaarplan Rechtspraak aangeboden aan Kamer

vr, 03/18/2016 - 17:30

Het Jaarplan Rechtspraak 2016 (pdf, 146,1 KB) is vandaag aangeboden aan de Tweede Kamer.

In het Jaarplan wordt de agenda op korte termijn van de Rechtspraak uit de doeken gedaan. Het plan is gebaseerd op de Agenda van de Rechtspraak 2015-2018, de jaarplannen van de gerechten, landelijke diensten, bijzondere colleges en de Raad voor de rechtspraak. Het plan wordt gemaakt door de Rechtspraak, maar de minister van Veiligheid en Justitie biedt het formeel aan bij de Tweede Kamer. De reden hiervoor is dat de Rechtspraak onderdeel uitmaakt van de V en J-begroting.

Financiering

De belangrijkste boodschap in het Jaarplan 2016 zijn de kanttekeningen die de Rechtspraak plaatst bij de wijze waarop zij wordt gefinancierd. In 2016 worden de prijsonderhandelingen gevoerd voor de periode 2017-2019. Frits Bakker, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak, stelt in zijn voorwoord bij het Jaarplan dat het systeem van outputfinanciering (een vastgestelde prijs per rechtszaak) in principe een goed systeem is, omdat het garandeert dat elke rechtszaak wordt betaald. Bakker plaatst hierbij wel 2 kanttekeningen. De eerste is dat de prijzen kostendekkend moeten zijn en dat er niet aan die prijzen mag worden getornd, bijvoorbeeld in de vorm van efficiencykortingen. De tweede kanttekening is dat er moet worden onderkend dat er soms extra middelen nodig zijn, zoals bij de herziening van de gerechtelijke kaart en nu met het moderniserings- en digitaliseringsprogramma KEI.

Categorieën: Nieuws

Rechtbanken starten proef digitaal werken bij bewindszaken

di, 03/15/2016 - 12:13
Rechtspraak communiceert digitaal met professionele bewindvoerders

De rechtbanken Gelderland, Oost-Brabant en Overijssel gaan vanaf vandaag (dinsdag 15 maart) bij wijze van proef via een nieuw IT-systeem digitaal communiceren met een selecte groep professionele bewindvoerders.  In minstens 1.500 zaken worden digitale gegevens uitgewisseld.

Tienduizenden dossiers

Elke bewindsafdeling van een rechtbank heeft tienduizenden dossiers onder zijn hoede. Bij de rechtbank Overijssel komen er bijvoorbeeld jaarlijks per saldo zo’n 1.000 dossiers bij. Een bewind kan tientallen jaren lopen, totdat de persoon in kwestie overlijdt of de maatregel wordt opgeheven.

Al deze papieren dossiers gaan minstens 1 keer per jaar door de handen van een medewerker, omdat jaarlijks de zogenoemde Rekening & Verantwoording door de bewindvoerder moet worden ingediend. Maar ook komen er dagelijks allerlei verzoeken bij de rechtbanken binnen die moeten worden verwerkt, zoals machtigings- of wijzigingsverzoeken. Bij de rechtbank Oost-Brabant bijvoorbeeld, gaat het om zo’n 150 brieven per dag. Digitalisering kan helpen deze enorme stroom  efficiënt te verwerken.

Digitaal

De proef die vandaag van start gaat, draait met name om de eerder genoemde Rekening & Verantwoording, verzoeken en de boedelbeschrijving. Deze kunnen door de geselecteerde bewindvoerders digitaal worden ingediend. De  IT-systemen van de bewindvoerders en de Rechtspraak zijn digitaal  gekoppeld. Digitale communicatie over andere onderwerpen volgt op een later tijdstip, het systeem is nog volop in ontwikkeling.

Zomer

De proef maakt onderdeel uit van het moderniseringsprogramma Kwaliteit en Innovatie en zal naar verwachting in de zomer zijn afgerond. Daarna zullen de ervaringen met het nieuwe systeem worden bestudeerd.

Categorieën: Nieuws

Levendig debat over V en J, toetsing wetten en proces Wilders

ma, 03/14/2016 - 11:57
'Volkskrant op zondag'

‘De balans tussen veiligheid en justitie is totaal verstoord.’ Dit zei Geert Corstens, voormalig president van de Hoge Raad, gistermiddag (13 maart 2016) tijdens een debat in de Rode Hoed in Amsterdam over de staat van de rechtsstaat, georganiseerd door de Volkskrant in de serie 'Volkskrant op zondag'.

Aanleiding voor het debat was het steeds vaker gehoorde geluid dat de rechtsstaat onder druk staat. Naast Corstens namen ook advocaat Cees Korvinus, hoogleraar Erasmus School of Law Elaine Mak en Joost Taverne, VVD-Kamerlid, deel. Frits Bakker, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak, was ook aanwezig.

Ministerie

Corstens plaatste zijn opmerking over de verstoorde balans tussen veiligheid en justitie in het eerste blok van het debat. Toen ging het over het ministerie van Veiligheid en Justitie, dat de laatste tijd veel incidenten kent. De debaters waren kritisch. Om meer grip te krijgen op de rechtshandhaving werd 6 jaar geleden de politie van het ministerie van Binnenlandse Zaken overgeheveld naar Justitie, dat toen de naam ‘Veiligheid en Justitie’ kreeg. Corstens: ‘Je moet in Den Haag een club hebben die zich bezighoudt met veiligheid, en een ándere club moet zich bezighouden met justitie, met het bewaken van de rechtsstaat.’ Korvinus hield een pleidooi voor het ontvlechten van het ministerie tijdens de volgende kabinetsformatie. Frits Bakker deed hier geen uitspraak hierover, maar wel gaf hij aan dat door het ministerie de afgelopen jaren veel wetgeving wordt gemaakt met als doel tegemoet te komen aan de bezuinigingen van het kabinet. ‘En dat leidt tot wetgeving die niet oké is.’ Korvinus haalde in dit verband aan dat verdachten sinds kort verplicht tijdens het eerste politieverhoor recht hebben op bijstand van een advocaat. Advocaten zijn het niet eens met de vergoeding die ze hiervoor krijgen. Korvinus: ‘Hier zie je weer frictie tussen geld en rechtsstaat: er moet iets worden geregeld, maar dat gebeurt dan weer half.’

Toetsen wetten

Het tweede debatblok ging over het verbod in Nederland voor rechters om wetten te toetsen aan de Grondwet. Nederland is een van de weinige landen ter wereld waar rechters dat niet mogen; ze toetsen wetten aan de internationale verdragen. Taverne wil Nederlandse rechters dit verbieden, omdat ‘Nederland hiermee zijn juridische soevereiniteit overboord heeft gezet’. Taverne stond hierin tijdens het debat alleen. Corstens, Mak en en Korvinus wezen erop dat het bij de toetsing om elementaire grondrechten gaat en dat die van wezenlijk belang zijn. Bakker zei dat het juist jammer is dat in Nederland rechters niet aan de Grondwet zelf mogen toetsen, want dit maakt dat niemand in Nederland weet wat er in die Grondwet staat. ‘Wij behelpen ons, in tegenstelling tot alle landen om ons heen, met internationale toetsing.’

Proces Wilders

Het laatste onderwerp was het proces Wilders, dat vrijdag van start gaat. De bekendmaking van de rechtbank Den Haag dat de rechters mede zijn geselecteerd op het feit dat ze niet lid zijn van een politieke partij, deed stof opwaaien. De deelnemers aan het debat waren het erover eens dat eventuele politieke voorkeuren van rechters niet relevant zijn; ze moeten goede juristen zijn en de wet toepassen. Elaine Mak zei, gezien de uitzonderlijkheid van de zaak, zich ‘iets voor te kunnen stellen’ bij de strategie van de Haagse rechtsbank. Ook Frits Bakker gaf aan begrip te hebben: ‘Het gaat hier niet om partijdigheid, maar om het vermijden van elke schijn van partijdigheid.’ De voorzitter van de Raad voor de rechtspraak attendeerde er ook op dat in veel buitenlanden rechters helemaal geen lid mogen zijn van een politieke partij en dat de beslissing vanuit dit perspectief helemaal niet zo gek is. 

Categorieën: Nieuws

Rechtspraak zoekt advocatenkantoren voor test nieuwe systeemkoppeling Rechtspraak

vr, 03/11/2016 - 12:15

Advocatenkantoren kunnen straks, als het digitaal indienen van stukken verplicht is, kiezen voor aansluiting op een koppeling voor geautomatiseerd berichtenverkeer met het Rechtspraaksysteem. De Rechtspraak zoekt nog enkele advocatenkantoren (of samenwerkingsverbanden van kantoren) om de systeemkoppeling te testen.

Silex

De Rechtspraak werkt voor de digitale aansluiting in de keten al samen met Silex, een samenwerkingsverband van meerdere advocatenkantoren. Omdat de Rechtspraak hecht aan het testen van gebruikerservaringen in de meest brede zin, worden er ook testpartners buiten Silex om gezocht. De tests vinden plaats in de periode april-december 2016.

Geïnteresseerd? Criteria en aanmelding (pdf, 475,2 KB)

Categorieën: Nieuws

Kamer akkoord met invoeringswet digitalisering rechtspraak

wo, 03/09/2016 - 15:45

De Tweede Kamer heeft gisteren (dinsdag 8 maart 2016) de invoeringswet die digitaal procederen wettelijk mogelijk maakt, met algemene stemmen aangenomen. 

De gisteren aangenomen wet was de laatste van 4 benodigde wetten. De wetten die het mogelijk maken rechtszaken in civiel recht en in bestuursrecht in eerste aanleg, in hoger beroep en cassatie digitaal af te handelen, werden al eerder unaniem aangenomen. Het totale pakket wetgeving moet nu nog door de Eerste Kamer.

Verplicht

Een half jaar nadat de Eerste Kamer heeft ingestemd met de wetgeving, wordt het voor professionals (zoals advocaten, curatoren en deurwaarders) verplicht digitaal stukken in te dienen. Particulieren kunnen nog op papier blijven procederen als zij dat willen. De mondelinge behandeling van rechtszaken blijft bestaan.

De verwachting is dat de Eerste Kamer voor de zomer de wetgeving behandelt.  

Zie voor meer informatie Modernisering rechtspraak

Categorieën: Nieuws

Verschuldigde griffierechten bij faillissement VOF en vennoten

di, 03/08/2016 - 15:50

Bij de indiening van een verzoek tot faillissement van een vennootschap onder firma (VOF) en de vennoten van die VOF, is griffierecht verschuldigd voor zowel de VOF als de vennoten afzonderlijk.

De reden hiervoor is dat de rechtbank voor de VOF en de vennoten afzonderlijk moet beoordelen of hun faillissement moet worden uitgesproken. Als het gaat om het faillissement van een VOF met 2 vennoten, is 3 keer griffierecht verschuldigd, als het gaat om een VOF met 3 vennoten 4 keer, et cetera.

Uitdelingslijsten

Hetzelfde geldt voor de beoordeling door de rechter-commissaris van uitdelingslijsten die de curator in een faillissement opstelt.  

Arrest Hoge Raad

Recofa, het landelijk overlegorgaan van rechters-commissarissen in faillissementen, benadrukt dat deze handelwijze aansluit bij de toepasselijke wetgeving (Wet griffierechten burgerlijke zaken). Het arrest van de Hoge Raad van 6 februari 2015 (ECLI: NL: HR: 2015:251) brengt daarin geen verandering.

 

Categorieën: Nieuws

Inzending Persprijs Jacques van Veen geopend

vr, 03/04/2016 - 09:50
Prijs voor de beste publicatie op het gebied van recht en rechtspraak

De inzending voor de Persprijs Jacques van Veen is geopend. Op 1 december wordt de prijs voor de beste Nederlandstalige publicatie op het gebied van recht en rechtspraak uitgereikt. Wie kans wil maken op het prijzengeld van 10 duizend euro kan tot 15 juni zijn inzending insturen.

In aanmerking komt iedereen die in tussen half juni 2013 tot half juni 2016 met enige regelmaat heeft gepubliceerd over recht of rechtspraak, bijvoorbeeld met kranten- of tijdschriftartikelen, boeken, radio- en televisie-uitzendingen of internetpublicaties. Niet alleen eigen producties kunnen worden ingestuurd, ook het werk van anderen mag onder de aandacht worden gebracht. Op de website van de organisatie staan de precieze eisen waaraan de inzendingen moeten voldoen.

Eerbetoon

De prijs is een eerbetoon aan oud-Parooljournalist Jacques van Veen en wordt elke 3 jaar vergeven. In 2013 werd de prijs voor laatste keer uitgereikt. Toen ging hij naar misdaadverslaggever Paul Vugts, voor zijn jarenlange berichtgeving over het Passageproces. Rechtbankverslaggever Rob Zijlstra en journalist Folkert Jensma ontvingen beiden een jubileumprijs.

Jury

De inzendingen worden beoordeeld door een deskundige jury, dit jaar voorgezeten door Geert Corstens, oud-president van de Hoge Raad. De andere juryleden zijn Marianne Bloos, hoofdofficier van het Functioneel Parket, Ank Bijleveld, commissaris van de Koning in Overijssel, Dirk Leestmans, journalist en oud-prijswinnaar,  Jens van den Brink, advocaat en partner van het kantoor Kennedy Van der Laan en Jeroen Smit, journalist en oud-hoogleraar journalistiek.

De prijs wordt mogelijk gemaakt door de Stichting Democratie en Media, de Raad voor de rechtspraak, de Orde van Advocaten, het College van Procureurs-Generaal, de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak en het ministerie van Justitie.

Meer informatie

Voor meer informatie over de prijs en inzendingsprocedure: http://persprijsvanveen.nl/

Categorieën: Nieuws

Roep om meer samenhang bij nieuw Wetboek van Strafvordering

wo, 03/02/2016 - 14:36
Minister wil geen regeringscommissaris

Wat zijn de fundamentele beginselen van het nieuwe Wetboek van Strafvordering? En wat is de onderlinge samenhang van de diverse onderdelen van het wetboek? Dat wil de Tweede Kamer weten van minister Van der Steur van Veiligheid en Justitie. De voorgestelde aanstelling van een regeringscommissaris, of de instelling van een staatscommissie, kan niet op de instemming van de minister rekenen.

Dit bleek vanmorgen tijdens het Algemeen Overleg van de vaste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie over het nieuwe Wetboek van Strafvordering. In dit wetboek staan alle regels en verantwoordelijkheden omschreven die gelden tijdens het strafproces. Omschreven wordt waar politie, Openbaar Ministerie, rechters en advocaten zich aan moeten houden, vanaf de opsporing tot en met de uitvoering van de straf. Dat zijn cruciale elementen in een rechtsstaat, omdat ze de rechtsbescherming van individuen waarborgen.

Zorgen

Tijdens het overleg vanmorgen bleken er in de Tweede Kamer breed gedeelde zorgen te zijn over het proces. Het algemene gevoel bij Kamerleden is dat het te snel gaat en dat er onvoldoende oog is voor de samenhang van de verschillende elementen die een rol spelen in het strafproces. Zo is er in het nieuwe wetboek sprake van dat er in het strafproces meer achter de schermen tijdens het vooronderzoek gebeurt. Vragen zijn er over hoe zich dit verhoudt tot het uitgangspunt van openbaarheid van rechtspraak en tot Europese jurisprudentie. Deze zelfde bezwaren werden eerder al gehoord tijdens een rondetafelgesprek door wetenschappers en vertegenwoordigers van onder meer politie, Rechtspraak en Openbaar Ministerie (zie ook: Zorgen om tijdspad bij nieuw Wetboek van Strafvordering).

Regeringscommissaris

PvdA-Kamerlid Recourt opperde de instelling van een regeringscommissaris voor het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Zo’n functionaris wordt soms door de regering met een bepaalde opdracht belast. Hij/zij is een vertegenwoordiger van de regering en mag in het parlement het woord voeren namens de minister. Zo’n commissaris wordt in de regel ingezet voor technische, complexe wetgevingsoperaties. Minister Van der Steur nam deze suggestie niet over, net als hij geen oor had voor een ‘pas op de plaats’, waar onder meer Van Nispen (SP), Van Toorenburg (CDA) en Swinkels (D66) om vroegen. Van der Steur ziet de noodzaak niet om opnieuw naar de fundamenten van het nieuwe wetboek te kijken, omdat die volgens hem al staan in het Eindrapport onderzoeksproject strafvordering 2001 (pdf, 0 B), gepubliceerd in 2004. De minister gaf ook aan dat met een regeringscommissaris te veel tijd verloren zou gaan.

Planning

Van der Steur schreef gisteren in de aanloop naar het overleg vandaag, dat de huidige tijdsplanning (nieuw wetboek in 2018 klaar), niet in marmer is gehouwen: ‘Ik zal het ambitieuze tijdpad aanpassen, als dat gegeven de benodigde kwaliteit noodzakelijk is, maar tot die conclusie kan ik nu nog niet komen. Ik zal uw Kamer voor de zomer berichten over een aangepaste planning.’ In de brief zegt de minister ook een ruime implementatietijd van 5 jaar toe, als het nieuwe wetboek er is. Vanmorgen zei de minister een nieuwe brief toe met daarin suggesties hoe de Kamerleden beter aangesloten kunnen worden op de majeure operatie.

1926

Er is consensus over het feit dát er een nieuw Wetboek van Strafvordering moet komen. Het huidige wetboek bestaat sinds 1926. Sindsdien is het vaak gewijzigd, onder meer door reparatiewetgeving en toevoeging van nieuwe artikelen. Hierdoor is er een lappendeken ontstaan; dit gaat ten koste van de samenhang tussen de verschillende regels en het is moeilijk de weg te vinden naar de juiste artikelen. Ook stamt het Wetboek voor Strafvordering uit een tijd dat er van bijvoorbeeld digitalisering en een opsporingsmiddel zoals DNA nog geen sprake was.  

Categorieën: Nieuws

'Kantonrechters wijzen ontslagverzoeken vaker af'

di, 03/01/2016 - 17:35

Sinds de invoering van de Wet werk en zekerheid wijzen kantonrechters meer ontslagverzoeken van werkgevers af. Die voorlopige conclusie legt kantonrechter Wim Wetzels, voorzitter van de Expertgroep Arbeidsrecht binnen de Rechtspraak, morgen op tafel tijdens een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer. Daar wordt gesproken over evaluatie van de Wet werk en zekerheid (Wwz), die vorig jaar is ingevoerd.

Wetswijziging

De wet had tot doel het ontslagrecht te vereenvoudigen, onder meer door een duidelijke scheiding aan te brengen tussen UWV-ontbindingen en ontslagzaken die voor de rechter komen. Waar voorheen een keuze bestond tussen verschillende routes (wat tot rechtsongelijkheid kon leiden) gaan onder de Wwz alleen nog ontslagen vanwege langdurige ziekte of bedrijfseconomische redenen naar UWV. De kantonrechter oordeelt over de rest. Bovendien is de ontslagvergoeding vervangen door een transitievergoeding, waar werknemers na 2 jaar recht op hebben. Een derde wijziging is de mogelijkheid tot hoger beroep.

Positief advies

De Raad voor de rechtspraak adviseerde destijds positief over de wetswijziging, maar plaatste ook kritische kanttekeningen. Het vergoedingensysteem dat werd ingevoerd was zo verfijnd, dat de ontslagprocedure daardoor juist ingewikkelder dreigde te worden werd. Daarnaast werd de rechter gebonden aan een ‘waslijst van criteria’ waar het ging om de gronden waarop ontslag kan worden verleend. Die zijn veel gedetailleerder dan onder de oude wet.

Meer afwijzingen

Kantonrechter Wetzels benadrukt dat de wet nog te kort van kracht is om een duidelijk beeld te geven van de zaken die sindsdien door de rechter zijn behandeld. De eerste cijfers worden over een half jaar verwacht. Zijn persoonlijke indruk is echter dat onder meer het nieuwe, gesloten stelsel van ontslaggronden ertoe leidt dat ontbindingsverzoeken vaker worden afgewezen. Daar zijn werkgever en werknemer niet bij gebaat, stelt Wetzels.

Rechttrekken

Onder de oude wet kon de rechter een hogere vergoeding toekennen als de werkgever op een bepaald front tekort was geschoten. Daarmee kon hij onderlinge geschillen rechttrekken, om een billijke oplossing te bereiken. De Wwz biedt wat dat betreft veel minder vrijheid om maatwerk te leveren. Een hogere vergoeding mag alleen bij ‘ernstig verwijtbaar handelen’ van de werkgever.

Live meeluisteren

Het rondetafelgesprek over het nieuwe ontslagrecht is woensdag 2 maart vanaf half 10 live te volgen via http://www.tweedekamer.nl/vergaderingen/livedebat/suze-groenewegzaal.

Categorieën: Nieuws

Telefoonstoring bij Rechtspraak

di, 02/23/2016 - 09:58
Rechtspraak beperkt bereikbaarDoor een telefoonstoring is de Rechtspraak beperkt bereikbaar. Er wordt hard gewerkt aan een oplossing. Onze excuses voor het ongemak.
Categorieën: Nieuws

Pagina's

Kunnen wij u helpen?

Heeft u een juridisch probleem en wilt u een advocaat of een mediator inschakelen?
Neem contact met ons op. Wij zoeken een specialist bij uw probleem.

> Schakel hulp in voor uw juridisch probleem